NJ 2024/176
Beklag verschoningsgerechtigde na beslag ex 94 Sv; aanhouding behandeling klaagschrift totdat beschikking van rechter-commissaris is betekend aan klager en termijn voor indienen van klaagschrift is verstreken.
HR 09-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:562, m.nt. P.A.M. Mevis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 april 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/03721 Br
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Noot
P.A.M. Mevis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS963542:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Voorfase
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:562, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:191, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑11‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑10‑2023
- Wetingang
Essentie
De rechtbank, die de beslissing van de rechter-commissaris tot uitgangspunt heeft genomen omdat zij meende dat die beslissing onherroepelijk was geworden nu daartegen geen klaagschrift was ingediend door klager, had de behandeling van het klaagschrift moeten aanhouden totdat de beschikking van de rechter-commissaris is betekend aan de klager en de termijn voor het indienen van een klaagschrift is verstreken.
Samenvatting
De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2021/378, m.nt. J.W. Ouwerkerk over de beklagmogelijkheid voor de verschoningsgerechtigde als in het kader van een Europees onderzoeksbevel stukken in beslag zijn genomen en/of gegevens zijn vastgelegd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.