Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/9.6:9.6 Voorlopige hechtenis als kader om een ‘diagnose’ te kunnen stellen
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/9.6
9.6 Voorlopige hechtenis als kader om een ‘diagnose’ te kunnen stellen
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Interview raadkamerrechter I.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
“Je moet weten waarom een jongere ineens dat gedrag vertoont. (…) Dat moet je meteen in kaart brengen. En dan is een schorsing natuurlijk prettig, omdat je hem kunt laten onderzoeken door een psycholoog of eventueel psychiatrisch. Dat kan je als schorsingsvoorwaarde opgeven. En dan kan je in kaart brengen wat er voor mogelijkheden zijn en dan kan je ook een adequate straf opleggen waar de jongere, de familie en de maatschappij bij gebaat is.”1
De voorlopige hechtenis kan in de praktijk ook fungeren als kader om een ‘diagnose’ te stellen van de problematiek van de minderjarige verdachte, waardoor de zittingsrechter bij de eindzitting goed geïnformeerd een beslissing kan nemen over de op te leggen sancties. Zo kan de voorlopige hechtenis een kader bieden voor het afnemen van een intramuraal persoonlijkheidsonderzoek. Ook de schorsing onder bijzondere voorwaarden wordt soms gebruikt om de minderjarige verdachte ambulant te laten onderzoeken door een psycholoog of psychiater. Daarnaast kan de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis, dan wel de schorsing onder voorwaarden ook zonder dergelijke persoonlijkheidsonderzoeken waardevolle informatie over de persoon van de verdachte opleveren voor de zittingsrechter. Tijdens het verblijf in de justitiële jeugdinrichting brengt de gedragsdeskundige van de justitiële jeugdinrichting informatie in kaart over de persoon van de minderjarige en zijn functioneren in de inrichting. Tijdens de schorsing is het de jeugdreclasseerder die verslag uitbrengt over het functioneren van de minderjarige onder de gestelde schorsingsvoorwaarden. Vervolgens kan de Raad voor de Kinderbescherming deze informatie meenemen in het strafadvies ten behoeve van de zittingsrechter. Uit het onderhavige observatieonderzoek is gebleken dat sommige rechters-commissarissen en raadkamerrechters de schorsing onder voorwaarden zelfs bewust gebruiken om een beeld te krijgen van hoe de minderjarige functioneert in een dergelijk kader, zodat de zittingsrechter goed geïnformeerd een beslissing kan nemen over de geschiktheid en haalbaarheid van eventueel op te leggen voorwaardelijke straffen en/of maatregelen.
Volgens de wet is (de wenselijkheid van) het stellen van een ‘diagnose’ over de persoonlijke problematiek en het functioneren van een minderjarige verdachte als zodanig geen gerechtvaardigde grond voor voorlopige hechtenis. Wel is het denkbaar dat de recidivegrond toepassing van voorlopige hechtenis rechtvaardigt in gevallen waarin het vermoeden bestaat dat het delictgedrag voortvloeit uit bepaalde persoonlijke problematiek bij de minderjarige die nog onderzocht moet worden, waardoor nog niet duidelijk is wat nodig is om het delictgedrag te stoppen. Tegelijkertijd is het doel van de beoogde ‘diagnose’ niet primair gericht op het voorkomen dat de verdachte hangende het strafproces recidiveert, doch veeleer op het verzamelen van informatie over de persoon van de minderjarige waardoor de zittingsrechter na veroordeling een passende sanctietoemetingsbeslissing kan nemen. Hiermee betreft het faciliteren van het stellen van een ‘diagnose’ een schaduwfunctie van de voorlopige hechtenis en de schorsing onder voorwaarden die moet worden onderscheiden van de voorlopige hechtenis en de schorsing als strafvorderlijk dwangmiddel dat wordt ingezet om acuut recidivegevaar af te wenden. De ‘diagnosticerende functie’ van voorlopige hechtenis en de schorsing onder voorwaarden staat immers vooral ten dienste van het – via een passende sanctieoplegging – voorkomen van recidive op de langere termijn.