NJ 2026/21
Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst op cumulatiegrond (art. 7:669 lid 3 onder i BW); herplaatsingsplicht (art. 7:669 lid 1 BW). Kan rechter ambtshalve extra vergoeding toekennen (art. 7:671b lid 8 BW)?; verplichting rechter partijen van voornemen daartoe in kennis te stellen (art. 7:686a lid 6 BW).
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1171, m.nt. F.G. Laagland
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02972
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Noot
F.G. Laagland
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD42690:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1171, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:301, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑09‑2024
- Wetingang
Essentie
Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst op cumulatiegrond (art. 7:669 lid 3 onder i BW); herplaatsingsplicht (art. 7:669 lid 1 BW). Kan rechter ambtshalve extra vergoeding toekennen (art. 7:671b lid 8 BW)?; verplichting rechter partijen van voornemen daartoe in kennis te stellen (art. 7:686a lid 6 BW).
Samenvatting
De rechter kan een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van — onder meer — art. 7:669 lid 3 onderdeel i BW (de i-grond) ingevolge art. 7:671b lid 2 BW slechts inwilligen indien is voldaan aan de voorwaarden voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.