Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/727
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. openlijke geweldpleging, art. 141 lid 2 onder 1 Sr. Aanwezigheidsrecht. 1. Had afschrift van dagvaarding in hoger beroep moeten worden verzonden naar het in volmacht tot instellen van h.b. opgegeven kantooradres van raadsvrouw (art 36g lid 1 Sv)? 2. Was hof gehouden behandeling van zaak aan te houden, nu dagvaarding in h.b. niet aan verdachte in persoon is uitgereikt, niet is vastgesteld dat verdachte ondubbelzinnig bewust afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en niet is onderzocht of aan voorwaarden van art. 8 lid 2 Richtlijn (EU) 2016/343 is voldaan? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 02-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:958
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 juli 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/01955
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:958, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑07‑2024
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. openlijke geweldpleging, art. 141 lid 2 onder 1 Sr. Aanwezigheidsrecht. 1. Had afschrift van dagvaarding in hoger beroep moeten worden verzonden naar het in volmacht tot instellen van h.b. opgegeven kantooradres van raadsvrouw (art 36g lid 1 Sv)? 2. Was hof gehouden behandeling van zaak aan te houden, nu dagvaarding in h.b. niet aan verdachte in persoon is uitgereikt, niet is vastgesteld dat verdachte ondubbelzinnig bewust afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en niet is onderzocht of aan voorwaarden van art. 8 lid 2 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.