Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/773
Telefoonfraude. Schuldwitwassen van geldbedragen. Vereisten voor het ‘verwerven’ en het ‘voorhanden hebben’. Feitelijke zeggenschap.
HR 10-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:871
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
23/00844
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:871, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:661, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑07‑2023
- Wetingang
Essentie
Schuldwitwassen. De verdachte heeft zijn bankpas en pincode afgegeven aan een derde-betrokkene, zodat deze derde geldbedragen — het resultaat van telefoonfraude — kon laten storten op de rekening van de verdachte. De verdachte heeft de gestorte geldbedragen ‘voorhanden gehad’ in de zin van art. 420quater lid 1 Sr, dat hij tijdens periode dat geld op zijn rekening stond niet beschikking had over zijn pas en de pincode doet daaraan niet af.
Samenvatting
Voor het — als pleger — ‘voorhanden hebben’ van een voorwerp in de zin van art. 420quater lid 1 Sr is vereist ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.