NJ 1990, 44
HR, 03-11-1989, nr. 13667
HR 03-11-1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC8264
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 november 1989
- Magistraten
Snijders, Bloembergen, Haak, Roelvink, Davids, Biegman-Hartogh
- Zaaknummer
13667
- LJN
ZC8264
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1989:ZC8264, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑11‑1989
- Wetingang
Rv (oud) art. 48
Essentie
Huur van woonruimte. Verplichtingen van de verhuurder. Grondslag van de vordering van de huurder. Geen ambtshalve uitbreiding van de rechtsstrijd.
Samenvatting
Huurders komen met de klacht dat de rechtbank is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, door te miskennen dat op de verhuurder de verplichting rust aan het gehuurde alle reparatien te laten doen welke noodzakelijk mochten worden (art. 1587 lid 2 BW).
Deze klacht stuit af op het volgende. De rechtbank heeft kennelijk — en in het licht van de gedingstukken niet onbegrijpelijk — de vordering van Van Ringelenstijn c.s. (huurders) aldus opgevat dat zij berustte op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.