NJ 1996, 255
Antillen / ontruiming huurpand ondanks ontbreken toestemming huurcommissie tot beëindiging huur; bevoegdheid rechter in kort geding
HR 10-11-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1878, m.nt. P.A. Stein
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 november 1995
- Magistraten
Martens, Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Heemskerk, Vranken
- Zaaknummer
8608
- Noot
P.A. Stein
- LJN
ZC1878
- JCDI
JCDI:ADS63670:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1878, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑11‑1995
- Wetingang
Huurcommissie-reg. Ned. Antillen art. 10; Huurcommissie-reg. Ned. Antillen art. 17bis; Rv (Ned. Antillen) art. 226; Rv (oud) art. 289; Rv (oud) art. 290; Rv (oud) art. 291; Rv (oud) art. 292; Rv (oud) art. 293; Rv (oud) art. 294; Rv (oud) art. 295; Rv (oud) art. 296; Rv (oud) art. 297
Essentie
Antilliaanse zaak. Ontruiming huurpand ondanks ontbreken van toestemming huurcommissie tot beëindiging van de huur; bevoegdheid rechter in kort geding.
Samenvatting
De rechter in kort geding, die ingevolge art. 226 RvNA bevoegd is om in alle zaken, waarin uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening wordt geëist, een beschikking bij voorraad te geven, is bevoegd om, zo zulks uit hoofde van onverwijlde spoed wordt geëist, de ontruiming van een gehuurd pand te gelasten, ook indien de eiser de voor de beëindiging van de huurovereenkomst ingevolge art. 10 van de Huurcommissie-regeling benodigde toestemming niet heeft verkregen. De rechter zal echter in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.