Einde inhoudsopgave
RvdW 1998, 202
Ontvankelijkheid in cassatie; ‘in een der vorige instantiën verschenen’ in de zin van art. 426 lid 1 Rv. Faillissement; belanghebbende in de zin van art. 67 F.
HR 06-11-1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2764 (Friesland Bank/Kroeze,Faillissement Boer Vleesbedrijf)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 november 1998
- Magistraten
Mijnssen, Korthals Altes, Neleman, Heemskerk, Van der Putt-Lauwers
- Zaaknummer
R98/066
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
ZC2764
- Roepnaam
Friesland Bank/Kroeze
Faillissement Boer Vleesbedrijf
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:ZC2764, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑11‑1998
- Wetingang
Essentie
Ontvankelijkheid in cassatie; ‘in een der vorige instantiën verschenen’ in de zin van art. 426 lid 1 Rv. Faillissement; belanghebbende in de zin van art. 67 F.
Een persoon is verschenen in de zin van art. 426 lid 1 Rv indien hij een verweerschrift heeft ingediend of ter zitting is gehoord. De eisen van een behoorlijke rechtspleging brengen echter mee dat moet worden aangenomen dat de in art. 426 lid 1 gebezigde woorden ‘in een der vorige instantiën verschenen’ niet de strekking hebben om ook een beroep in cassatie uit te sluiten ingeval een gemotiveerd verzoek om als belanghebbende te worden gehoord ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.