JOL 2005, 382
Wet toezicht kredietwezen 1992; ‘onderneming’ als bedoeld in art. 1 lid 1 sub a; appelverbod van art. 80.
HR 24-06-2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6006
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juni 2005
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, P.C. Kop, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R04/129HR
- Conclusie
A-G Spier
- LJN
AT6006
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Burgerlijk procesrecht (V)
Insolventierecht (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AT6006, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑06‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AT6006, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑06‑2005
Essentie
Wet toezicht kredietwezen 1992; ‘onderneming’ als bedoeld in art. 1 lid 1 sub a; appelverbod van art. 80.
Zelfde beslissingen als in de eveneens op 24 juni 2005 door de Hoge Raad uitgesproken beschikking in zaak rek.nr. R04/128HR.
Partij(en)
Belba B.V., te Schuinesloot, verzoekster tot cassatie, adv. mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
tegen
De Nederlandsche Bank N.V., te Amsterdam, verweerster in cassatie, adv. mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift gedateerd 5 november 2004 heeft verweerster in cassatie — verder te noemen: DNB — de rechtbank te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.