NJFS 2021/154
Alleen de opleggingsrechter oordeelt over al dan niet maximeren van duur van de TBS, de verlengingsrechter is daartoe niet bevoegd.
Hof Arnhem-Leeuwarden 17-12-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10807
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
17 december 2020
- Magistraten
Mrs. M.E. van Wees, A.B.A.P.M. Ficq, E.A.K.G. Ruys, K. de Wijs-Heijlaerts, I. van Outheusden
- Zaaknummer
TBS P20/0284
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Bijzondere onderwerpen
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2020:10807, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 17‑12‑2020
- Wetingang
Essentie
TBS. Vervolg op Hof Den Haag 18 april 2018, NJFS 2018/185. Hoewel de rechter die de TBS-maatregel heeft opgelegd expliciet heeft vastgesteld dat de maatregel is opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, heeft deze bij de oplegging ook expliciet overwogen dat de totale duur van de maatregel met verpleging van overheidswege een periode van vier jaren niet te boven kan gaan. De opleggingsrechter lijkt het mogelijk te achten om ondanks de feitelijke en juridische vaststelling dat sprake is van een geweldsmisdrijf, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.