Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2021/1059 betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking’ (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en door externe financieringsinstrumenten
Artikel 22 Selectie van concrete acties in het kader van Interreg
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2021
- Bronpublicatie:
24-06-2021, PbEU 2021, L 231 (uitgifte: 30-06-2021, regelingnummer: 2021/1059)
- Inwerkingtreding
01-07-2021
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-06-2021, PbEU 2021, L 231 (uitgifte: 30-06-2021, regelingnummer: 2021/1059)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Financiering
Milieurecht / Algemeen
EU-recht / Marktintegratie
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Sociale zekerheid algemeen / Bijzondere onderwerpen
1.
Concrete acties in het kader van Interreg worden door een overeenkomstig artikel 28 opgericht monitoringcomité geselecteerd in overeenstemming met de strategie en doelstellingen van het programma.
Dat monitoringcomité kan voor de selectie van concrete acties één of, met name in het geval van subprogramma's, meerdere stuurcomités oprichten, die optreden onder zijn verantwoordelijkheid. Stuurcomités passen het partnerschapsbeginsel van artikel 8 van Verordening (EU) 2021/1060 toe.
Indien een concrete actie geheel of gedeeltelijk buiten het programmagebied binnen of buiten de Unie wordt uitgevoerd, is voor de selectie van die concrete actie de uitdrukkelijke goedkeuring van de beheerautoriteit in het monitoringcomité of, indien van toepassing, in het stuurcomité vereist.
Indien bij de actie een of meer partners betrokken zijn die gevestigd zijn op het grondgebied van een lidstaat, een derde land, een partnerland of een LGO die c.q. dat niet vertegenwoordigd is in het monitoringcomité, stelt de beheerautoriteit haar uitdrukkelijke goedkeuring afhankelijk van de indiening van een schriftelijke aanvaarding door de lidstaat, het derde land, het partnerland of het LGO in kwestie om de bedragen die ten onrechte aan deze partners zijn betaald, terug te betalen overeenkomstig artikel 52, lid 2.
Indien de in de vierde alinea van dit lid genoemde schriftelijke aanvaarding niet kan worden verkregen, moet de instantie die een concrete actie geheel of gedeeltelijk buiten het programmagebied uitvoert, van een bank of een andere financiële instelling een garantie verkrijgen ten belope van het bedrag van de verstrekte Interreg-fondsen. Een dergelijke garantie wordt opgenomen in het in lid 6 bedoelde document.
2.
Voor de selectie van concrete acties moet het monitoringcomité of, indien van toepassing, het stuurcomité criteria en procedures vaststellen en toepassen die niet-discriminerend en transparant zijn, toegankelijkheid voor personen met een handicap en gendergelijkheid waarborgen, en rekening houden met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het beginsel van duurzame ontwikkeling, alsook met het beleid van de Unie op milieugebied overeenkomstig artikel 11 en artikel 191, lid 1, VWEU.
De criteria en procedures waarborgen de prioritering van de te selecteren concrete acties teneinde ervoor te zorgen dat de financiering van de Unie maximaal bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Interreg-programma en de uitvoering van de samenwerkingscomponent van de concrete acties in het kader van de Interreg-programma's, als bedoeld in artikel 23, leden 1 en 4, van deze verordening.
3.
De beheerautoriteit stelt de Commissie op haar verzoek in kennis van de selectiecriteria voorafgaand aan hun eerste indiening bij het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité. Hetzelfde geldt voor eventuele latere wijzigingen van deze criteria.
4.
Bij de selectie van de concrete acties heeft het monitoringcomité of, indien van toepassing, het stuurcomité de volgende taken:
- a)
waarborgen dat de geselecteerde concrete acties in overeenstemming zijn met het Interreg-programma en effectief bijdragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen ervan;
- b)
waarborgen dat de geselecteerde concrete acties niet in strijd zijn met de desbetreffende strategieën die op grond van artikel 10, lid 1, zijn vastgesteld, of die voor een of meer externe financieringsinstrumenten van de Unie zijn vastgesteld;
- c)
waarborgen dat de geselecteerde concrete acties de beste verhouding tussen het steunbedrag, de uitgevoerde activiteiten en de verwezenlijking van doelstellingen vertegenwoordigen;
- d)
zich ervan vergewissen dat de begunstigde over de nodige financiële middelen en mechanismen beschikt om de exploitatie- en onderhoudskosten te dekken voor concrete acties die investeringen in infrastructuur of productieve investeringen omvatten, opdat deze financieel houdbaar zijn;
- e)
waarborgen dat de geselecteerde concrete acties die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad (1) vallen, worden onderworpen aan een milieueffectbeoordeling of een screeningprocedure en dat terdege rekening is gehouden met de beoordeling van alternatieve oplossingen, overeenkomstig de voorschriften van die richtlijn;
- f)
nagaan of voldaan is aan het toepasselijke recht indien de concrete acties zijn begonnen vóór de indiening van een financieringsaanvraag bij de beheerautoriteit;
- g)
waarborgen dat een geselecteerde concrete actie binnen het toepassingsgebied van het betrokken Interreg-fonds valt en aan een interventietype wordt toegewezen;
- h)
waarborgen dat concrete acties geen activiteiten omvatten die deel uitmaakten van een concrete actie waarvoor een verplaatsing in de zin van artikel 2, punt 27), van Verordening (EU) 2021/1060 gold of die zouden neerkomen op een overdracht van een productieve activiteit in de zin van artikel 65, lid 1, punt a), van die verordening.
- i)
waarborgen dat de geselecteerde concrete acties niet rechtstreeks worden beïnvloed door een met redenen omkleed advies van de Commissie met betrekking tot een inbreukprocedure binnen het toepassingsgebied van artikel 258 VWEU dat de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven of de uitvoering van concrete acties in gevaar brengt, en
- j)
waarborgen dat voor investeringen in infrastructuur met een verwachte levensduur van ten minste vijf jaar een beoordeling van de verwachte gevolgen van klimaatverandering wordt uitgevoerd.
5.
Het monitoringcomité of, indien van toepassing, het stuurcomité keurt de voor de selectie van concrete acties in het kader van Interreg gebruikte methodes en criteria, inclusief eventuele wijzigingen daarvan, goed, onverminderd artikel 33, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2021/1060 betreffende de vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling en artikel 24 van de onderhavige verordening.
6.
Voor elke concrete actie in het kader van Interreg verstrekt de beheerautoriteit de hoofdpartner of de enige partner een document waarin de voorwaarden voor steun voor de actie zijn vermeld, met inbegrip van de specifieke vereisten betreffende de producten of diensten die moeten worden geleverd, het financieringsplan, de uitvoeringstermijn en, indien van toepassing, de toe te passen methode voor de vaststelling van de kosten van de concrete actie en de voorwaarden voor betaling van de steun.
In dit document worden tevens de verplichtingen van de hoofdpartner met betrekking tot terugvorderingen op grond van artikel 52 vastgelegd. Deze verplichtingen worden vastgesteld door het monitoringcomité.
Voetnoten
Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 26 van 28.1.2012, blz. 1).