RBP 2024/16
Bevoegdheid rechter. Rechtsmacht Nederlandse rechter bij vordering uit hoofde van onrechtmatige daad tegen vennootschapsbestuurder uit een andere EU-lidstaat ?
Hof Den Haag 26-09-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2477
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
26 september 2023
- Magistraten
Mrs. J.S. Honée, R.S. van Coevorden, L.G. Verburg
- Zaaknummer
200.306.616/01
- JCDI
JCDI:ADS944926:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Insolventierecht / Europees insolventierecht
Insolventierecht / Faillissement
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2023:2477, Uitspraak, Hof Den Haag, 26‑09‑2023
- Wetingang
Art. 7 aanhef en lid 2 Brussel I-bis (Herschikte EEX-Verordening); art. 6 lid 1 Insolventieverordening (herschikking)
Essentie
Bevoegdheid rechter. Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid.
Kan rechtsmacht worden aangenomen als de vennootschapsbestuurder uit een andere EU-lidstaat door een schuldeiser van die vennootschap voor de Nederlandse rechter wordt gedaagd uit hoofde van onrechtmatige daad?
Samenvatting
Feiten:
Een Nederlandse handelsagent van de Belgische machineproducent Union stelt na het faillissement van Union voor de Nederlandse rechter een schadevergoedingsvordering in tegen de in België wonende bestuurders van Union. De bestuurders zouden betaling van premies aan de agent hebben belet en, door in een met het faillissement verband houdende procedure de schuld aan de agent te laag voor te stellen, het ertoe ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.