AB 2019/83
Wederzijds vertrouwen en art. 4 Handvest bij Europees aanhoudingsbevel. Omvang toetsing.
HvJ EU 25-07-2018, ECLI:EU:C:2018:589, m.nt. L. Hillary (Generalstaatsanwaltschaft (Conditions de détention en Hongrie))
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
25 juli 2018
- Magistraten
R. Silva de Lapuerta, J.-C. Bonichot, A. Arabadjiev, S. Rodin, E. Regan
- Zaaknummer
C-220/18 PPU
- Noot
L. Hillary
- Roepnaam
Generalstaatsanwaltschaft (Conditions de détention en Hongrie)
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS14395:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
EU-recht / Algemeen
EU-recht / Rechtsbescherming
Internationaal strafrecht / Justitiële en politionele samenwerking
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2018:589, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 25‑07‑2018
ECLI:EU:C:2018:547, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 07‑04‑2018
- Wetingang
Art. 4 Handvest van de Grondrechten van de EU; art. 1 lid 3, art. 5, 6 lid 1 Kaderbesluit 2002/584/JBZ betreffende het Europees aanhoudingsbevel
Essentie
Ondanks het wederzijds vertrouwensbeginsel en het bestaan van rechtsmiddelen, moet de rechter in een EAB-zaak de detentieomstandigheden in de andere lidstaat toetsen aan art. 4 Handvest, rekening houdend met overheidsgaranties.
Samenvatting
Art. 1 lid 3, art. 5 en art. 6 lid 1 Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, zoals gewijzigd bij Kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009, moeten in die zin worden uitgelegd dat wanneer de uitvoerende rechterlijke autoriteit beschikt over elementen waaruit blijkt dat er sprake is van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.