Geschriften vanwege de Vereniging Corporate Litigation 2023-2024
Einde inhoudsopgave
Vereniging Corporate Litigation 2023-2024 (VDHI nr. 189) 2024/I.3.3.2.3:I.3.3.2.3 Bevoegdheid van de Ondernemingskamer in hoger beroep; samenhangende vorderingen
Vereniging Corporate Litigation 2023-2024 (VDHI nr. 189) 2024/I.3.3.2.3
I.3.3.2.3 Bevoegdheid van de Ondernemingskamer in hoger beroep; samenhangende vorderingen
Documentgegevens:
mr. E.W.M. Rinnooy Kan, mr. L. Gasseling, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
mr. E.W.M. Rinnooy Kan, mr. L. Gasseling
- JCDI
JCDI:ADS966508:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Ondernemingskamer is op grond van art. 2:336 lid 3 BW exclusief bevoegd in geschillenregelingsprocedures in hoger beroep, behoudens afwijkende partijafspraken in de zin van art. 2:337 lid 2 BW. Die exclusieve bevoegdheid strekt zich ook uit tot incidentele vorderingen.1 Hoewel niet zonder meer aan te raden, staat het partijen ook vrij om het ‘gewone’ gerechtshof aan te wijzen als bevoegde appelrechter. Het in de inleiding van dit hoofdstuk genoemde arrest van het Hof Den Bosch lijkt hier een voorbeeld van te zijn, al volgt dit niet expliciet uit de tekst van de uitspraak.2
Daarnaast is de Ondernemingskamer, net ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.