JOL 2003, 526
In oproeping voor zitting hof stond adres rechtbank in plaats van adres hof. In casu geen nietigheid nu veroordeelde kennelijk op de hoogte was gesteld van het adres van het hof en zich daarheen zou begeven.
HR 14-10-2003, ECLI:NL:HR:2003:AG2651
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
14 oktober 2003
- Magistraten
C.J.G. Bleichrodt, F.H. Koster, G.J.M. Corstens, J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman
- Zaaknummer
02417/02P
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
AG2651
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2003:AG2651, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑10‑2003
ECLI:NL:HR:2003:AG2651, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 14‑10‑2003
Essentie
In oproeping voor zitting hof stond adres rechtbank in plaats van adres hof. In casu geen nietigheid nu veroordeelde kennelijk op de hoogte was gesteld van het adres van het hof en zich daarheen zou begeven.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 september 2001, nummer 23/001201–00, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: [betrokkene], geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1968, ten tijde van de bestreden uitspraak wonende te [woonplaats].
Hoge Raad:
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.