NJ 2004, 588
Adres van rechtbank in oproeping voor zitting hof leidt i.c. niet tot nietigheid.
HR 14-10-2003, ECLI:NL:HR:2003:AG2651
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
14 oktober 2003
- Magistraten
Mrs. C.J.G. Bleichrodt, F.H. Koster, G.J.M. Corstens, J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman
- Zaaknummer
02417/02P
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
AG2651
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2003:AG2651, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑10‑2003
ECLI:NL:HR:2003:AG2651, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 14‑10‑2003
- Wetingang
Essentie
Profijtontneming. Een onjuiste aanduiding in de oproeping van het adres waar de zitting wordt gehouden, leidt tot nietigheid, tenzij betrokkene's belangen in concreto niet zijn geschaad. In casu kon het hof de zaak bij verstek behandelen, nu betrokkene weliswaar was opgeroepen op het adres van de rechtbank, maar hij 's ochtends van daaruit op weg is gegaan naar het hof en niettemin bij voortzetting van de behandeling 's middags niet verscheen.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 september 2001, nummer 23/001201–00, op een vordering tot ontneming ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.