RAV 2021/97
Deelgeschil. Kwalificeert de door het ziekenhuis aanhangig gemaakte bodemprocedure waarin de mogelijkheid voor het instellen van tussentijds hoger beroep is geopend als een procedure ten principale zoals bedoeld in art. 1019cc lid 3, aanhef en onder a, Rv?
Hof Den Haag 31-08-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1597
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
31 augustus 2021
- Magistraten
Mrs. M.J. van Cleef-Metsaars, J.W. Frieling, B.R. ter Haar
- Zaaknummer
200.283.395/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS602413:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2021:1597, Uitspraak, Hof Den Haag, 31‑08‑2021
- Wetingang
Essentie
Letselschade. Deelgeschil. Medische machtiging. Niet-ontvankelijkheid.
Kwalificeert de door het ziekenhuis aanhangig gemaakte bodemprocedure waarin de mogelijkheid voor het instellen van tussentijds hoger beroep is geopend als een procedure ten principale zoals bedoeld in art. 1019cc lid 3, aanhef en onder a, Rv? Moeten partijen in de buitengerechtelijke fase op dezelfde wijze toegang kunnen hebben tot de relevante medische gegevens als in rechte?
Samenvatting
Een vrouw ondergaat een kijkoperatie in het Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ). Zij stelt ASZ aansprakelijk wegens verwijtbaar medisch handelen. ASZ schakelt haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar (MediRisk) in en vraagt de vrouw een machtiging voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.