NJ 2017/340
Vervoerrecht. Ladingschade. Wederpartij als recht- en regelmatig houder cognossement aangemerkt. Niet aannemelijk dat vergissing bij afstempeling tot verwarring bij vervoerder omtrent identiteit wederpartij heeft geleid. Vaststelling omvang schade.
Hof Den Haag 29-12-2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3985
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
29 december 2015
- Magistraten
Mrs. J.M. van der Klooster, A.A. Rijperman, R.S. van Coevorden
- Zaaknummer
105.007.366 / 2007/1502
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS154281:1
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2015:3985, Uitspraak, Hof Den Haag, 29‑12‑2015
- Wetingang
Essentie
Vervoerrecht. Ladingschade. Wederpartij als recht- en regelmatig houder cognossement aangemerkt. Niet aannemelijk dat vergissing bij afstempeling tot verwarring bij vervoerder omtrent identiteit wederpartij heeft geleid. Vaststelling omvang schade.
Samenvatting
Unilever heeft in 1992 een partij palmolie gekocht van Felda, die door MISC per schip van Kuala Lumpur naar Rotterdam is vervoerd. Schutter heeft de lading in Rotterdam op vertoon van de cognossementen voor Unilever in ontvangst genomen. Lading bleek niet te voldoen aan de overeengekomen waarden, waardoor een deel opnieuw moest worden geraffineerd. De kosten daarvan heeft Unilever vergoed gekregen van ladingverzekeraar Royal Insurance. Royal, Unilever en Schutter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.