NJB 2023/1721:Kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte als bewijs: herhaling en toepassing overzichtsarrest HR 20 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1864. In casu kon het hof oordelen dat de verklaring van de verdachte, voor zover deze inhoudt dat anderen dan hij verantwoordelijk zijn voor de brandstichting in de sportschool en het beschieten van de verdachte, moet worden aangemerkt als kennelijk leugenachtig en afgelegd om de waarheid te verhullen. Daartoe is van belang dat het hof in zijn overwegingen gedetailleerd heeft aangegeven welke onderdelen van de door de verdachte afgelegde verklaring als kennelijk leugenachtig moeten worden aangemerkt en op welke uit de bewijsvoering blijkende feiten en omstandigheden zijn oordeel berust dat die verklaring niet alleen onverenigbaar is met die feiten en omstandigheden, maar ook als kennelijk leugenachtig moet worden beschouwd. Daarbij is in het bijzonder van belang dat de door het hof vastgestelde discrepanties tussen die verklaring en de door het hof besproken onderzoeksbevindingen van zodanige aard zijn dat deze zich niet verdragen met (bijvoorbeeld) een vergissing.