HR, 19-03-2024, nr. 23/02497
ECLI:NL:HR:2024:407
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19-03-2024
- Zaaknummer
23/02497
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:407, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑03‑2024; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:132
- Vindplaatsen
Uitspraak 19‑03‑2024
Inhoudsindicatie
Beklag o.g.v. art. 5.1.11 jo 552a Sv, beslag ex art. 94 Sv op diverse goederen onder vennootschap (fabrikant van chemische producten), waar klager werkzaam is, en haar eigenaar n.a.v. rechtshulpverzoeken van Amerikaanse autoriteiten. 1. Afwijzing verzoek om onderliggende rechtshulpverzoeken alsnog te verstrekken, op de grond dat belang van onderzoek (in verzoekende staat) ernstig zou worden geschaad als Rb zou besluiten rechtshulpverzoeken wel te verstrekken. 2. Motivering beslissing tot ongegrondverklaring beklag. Is voldaan aan vereiste van dubbele strafbaarheid? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op 2024:91. Samenhang met 23/02495 Br en 23/02496 Br, en met HR:2024:81, HR:2024:80 en HR:2024:78.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02497 Br
Datum 19 maart 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2023, nummer RK 23/005937, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.1.11 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de klager.
1. Verdere procesverloop in cassatie
De Hoge Raad heeft bij beschikking van 30 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:91, het door de klager ingestelde cassatieberoep ontvankelijk verklaard en de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de cassatiemiddelen.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2024.