Een blik achter de papieren muur leert dat het bij deze verhoging om een border met planten gaat die is gelegen aan het looppad voor de woning (dossierpagina 193).
HR, 26-11-2024, nr. 23/04288
ECLI:NL:HR:2024:1736
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26-11-2024
- Zaaknummer
23/04288
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:1736, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2024; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:972
ECLI:NL:PHR:2024:972, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑09‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1736
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2024-0297
Uitspraak 26‑11‑2024
Inhoudsindicatie
(Poging tot) meerdere woninginbraken, art. 311.1.5 Sr. Bewijsklachten. 1. Kon hof oordelen dat verdachte degene is die op camerabeelden is te zien? 2. Kon hof oordelen dat verdachte pleger is van poging tot woninginbraak op adres A? 3. Kon hof oordelen dat verdachte pleger is van woninginbraak op adres B? 4. Kon hof oordelen dat verdachte pleger is van poging tot woninginbraak op adres D? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel v.zv. het klaagt over ’s hofs oordeel dat verdachte degene is die op camerabeelden te zien is. CAG: Hof heeft kunnen oordelen dat kleding, schoenen en fiets die op camerabeelden van verschillende feiten te zien zijn onderling overeenkomen en ook overeenkomen met kleding, schoenen en fiets die bij doorzoeking in huis van verdachte zijn aangetroffen (welke ook weer per feit onderling overeenkomen). Door hof daaraan verbonden conclusie dat verdachte degene is die te zien is op de camerabeelden is gelet hierop niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft vastgesteld dat bewoner van adres A op 11-12-2022 omstreeks 20:32 uur gebonk en gerommel hoorde, gevolgd door harder gebonk in achtertuin. Na komst van politie is bewoner naar achtertuin gelopen, waar hij zag dat ruit was geforceerd. Hof heeft verder vastgesteld dat op beelden van deurbelcamera van woning aan adres A op die dag om 20:32 uur verdachte wordt waargenomen. In het licht van deze vaststellingen is ’s hofs oordeel dat verdachte pleger is van poging tot woninginbraak op adres A niet onbegrijpelijk. Ad 3. Hof heeft vastgesteld dat inbraak in woning op adres B plaatsvond op 4-12-2022 tussen 16:00 uur en 20:00 uur. Hof heeft verder vastgesteld dat verdachte op die dag rond 18:05 uur op camerabeelden, die zijn gemaakt vanuit woning aan adres C, is vastgelegd. ’s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte pleger is van woninginbraak op adres B, is niet zonder meer begrijpelijk. Aanwezigheid van verdachte in nabijheid van plaats delict in tijdvak van 4 uren waarin tlgd. voorval zich heeft voorgedaan, is op zichzelf onvoldoende om dat oordeel te kunnen dragen. Ad 4. Hof heeft vastgesteld dat op adres D poging tot woninginbraak plaatsvond op 7-12-2022. Daarnaast heeft hof vastgesteld dat op beelden van deurbelcamera van die woning een persoon is te zien en dat verdachte die persoon is. Verder heeft hof de bewezenverklaring van andere woninginbraak aangemerkt als steunbewijs voor poging tot woninginbraak op adres D. Bewezenverklaring ander feit houdt in dat verdachte zich tussen 7-12-2022 en 8-12-2022 schuldig heeft gemaakt aan woninginbraak op adres E in Utrecht. ’s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte pleger is van woninginbraak op adres D in Utrecht, is niet zonder meer begrijpelijk nu hof geen nadere vaststellingen heeft gedaan over tijdvak waarop camerabeelden betrekking hebben en wat m.b.t. verdachte op die camerabeelden waarneembaar was. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG: anders t.a.v. poging tot woninginbraak adres A.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04288
Datum 26 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2023, nummer 21-002485-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.C. de Lange, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het onder 4, 7 en 8 tenlastegelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het hof, teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 4, 7 en 8 tenlastegelegde niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
2.2.1
Ten laste van de verdachte is onder meer bewezenverklaard dat:
“feit 4
hij op 4 december 2022 te [plaats] , in een woning, te weten aan de [a-straat 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een telefoon en een geldbedrag en meerdere, horloge(s) en oortjes, die geheel aan [aangever] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen voornoemde goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;
feit 6
hij in de periode van 7 december 2022 tot en met 8 december 2022 te [plaats] , in een woning, te weten aan de [b-straat 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een horloge en een geldbedrag, die geheel aan [betrokkene 3] , in elk geval aan een ander toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen voornoemde goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;
feit 7
hij op 7 december 2022 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning, te weten aan de [b-straat 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel aan [betrokkene 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak (gereedschap uit de schuur van deze [betrokkene 1] heeft gepakt en de achterdeur heeft geforceerd) en heeft geprobeerd middels het raam van de eerste verdieping de woning binnen te komen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 8
hij op 11 december 2022 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning te weten aan de [c-straat 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, die geheel aan [betrokkene 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak (een ruit van de woning heeft geforceerd), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering die is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.3 tot en met 3.8.
2.3
Voor zover het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte degene is die op de camerabeelden te zien is, faalt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.10 tot en met 3.12.
2.4
Voor zover het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte de pleger is van het onder 8 tenlastegelegde feit, geldt het volgende. Het hof heeft – kort gezegd – vastgesteld dat een bewoner van de [c-straat 1] in [plaats] op 11 december 2022 omstreeks 20:32 uur gebonk en gerommel hoorde, gevolgd door een harder gebonk in de achtertuin. Na de komst van de politie is de bewoner naar de achtertuin gelopen, waar hij zag dat een ruit was geforceerd. Het hof heeft verder vastgesteld dat op de beelden van de deurbelcamera van de woning aan de [c-straat 1] op die dag om 20:32 uur de verdachte wordt waargenomen. In het licht van deze vaststellingen is het oordeel van het hof dat de verdachte de pleger is van de poging tot woninginbraak aan de [c-straat 1] niet onbegrijpelijk. Het cassatiemiddel faalt in zoverre.
2.5
Voor zover het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte de pleger is van het onder 4 tenlastegelegde feit, geldt het volgende. Het hof heeft – kort gezegd – vastgesteld dat een inbraak in de woning aan het [a-straat 1] in [plaats] plaatsvond op 4 december 2022 tussen 16:00 uur en 20:00 uur. Het hof heeft verder vastgesteld dat de verdachte op die dag rond 18:05 uur op camerabeelden, die zijn gemaakt vanuit de woning aan het [a-straat 2] , is vastgelegd. Het op deze vaststellingen gebaseerde oordeel van het hof dat de verdachte de pleger is van de woninginbraak aan het [a-straat 1] , is niet zonder meer begrijpelijk. De aanwezigheid van de verdachte in de nabijheid van de plaats delict in het tijdvak van vier uren waarin het tenlastegelegde voorval zich heeft voorgedaan, is op zichzelf onvoldoende om dat oordeel te kunnen dragen. Daarover klaagt het cassatiemiddel terecht.
2.6
Voor zover het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte de pleger is van het onder 7 tenlastegelegde feit, geldt het volgende. Het hof heeft – kort gezegd – vastgesteld dat aan de [b-straat 1] in [plaats] een poging tot woninginbraak plaatsvond op 7 december 2022. Daarnaast heeft het hof vastgesteld dat op de beelden van de deurbelcamera van die woning een persoon is te zien en dat de verdachte die persoon is. Verder heeft het hof de bewezenverklaring van het onder 6 tenlastegelegde feit aangemerkt als steunbewijs voor het onder 7 tenlastegelegde feit. De bewezenverklaring onder 6 houdt – kort gezegd – in dat de verdachte zich tussen 7 en 8 december 2022 schuldig heeft gemaakt aan een woninginbraak aan de [b-straat 2] in [plaats] . Het op deze vaststellingen gebaseerde oordeel van het hof dat de verdachte de pleger is van de woninginbraak aan de [b-straat 1] in [plaats] , is niet zonder meer begrijpelijk nu het hof geen nadere vaststellingen heeft gedaan over het tijdvak waarop de camerabeelden betrekking hebben en wat er met betrekking tot de verdachte op die camerabeelden waarneembaar was. Daarover klaagt het cassatiemiddel terecht.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 4 en 7 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2024.
Conclusie 24‑09‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Bewijsklachten daderschap bij (pogingen tot) woninginbraken. De conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing naar het gerechtshof.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04288
Zitting 24 september 2024
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 31 oktober 2023 het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 12 mei 2023, waarbij de verdachte wegens feit 1 t/m 6, telkens “diefstal in een woning door iemand de zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming” en feit 7 en 8, telkens “poging tot diefstal in een woning door iemand de zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak”, is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 44 maanden en waarbij beslissingen zijn genomen ten aanzien van het beslag, de vorderingen van de benadeelde partijen en de vordering tenuitvoerlegging, bevestigd met overneming en aanvulling van gronden en met enkele correcties weergegeven op de vindplaatsvermeldingen van de bewijsmiddelen in de voetnoten, een en ander op de wijze als in het bestreden arrest is vermeld.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en L.C. de Lange, advocaat in Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
3.1
Het middel klaagt dat de bewezenverklaring onder 4, 7 en 8 niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid.
3.2
Ten laste van de verdachte is in het door het hof bevestigde vonnis onder 4, 7 en 8 bewezenverklaard dat:
“feit 4
hij op 4 december 2022 te [plaats] , in een woning, te weten aan de [a-straat 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een telefoon en een geldbedrag en meerdere, horloge(s) en oortjes, die geheel aan [aangever] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen voornoemde goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;
feit 7
hij op 7 december 2022 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning, te weten aan de [b-straat 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel aan [betrokkene 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak (gereedschap uit de schuur van deze [betrokkene 1] heeft gepakt en de achterdeur heeft geforceerd) en heeft geprobeerd middels het raam van de eerste verdieping de woning binnen te komen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 8
hij op 11 december 2022 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning te weten aan de [c-staat 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, die geheel aan [betrokkene 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak (een ruit van de woning heeft geforceerd), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid”
3.3
Het bestreden arrest houdt, voor zover van belang, de volgende aanvulling van gronden in:
“Bewijsverweren in hoger beroep
Het hof stelt vast dat de verdediging in hoger beroep bewijsverweren heeft gevoerd met betrekking tot het onder (…), 4, (…), 7 en 8 tenlastegelegde. (…). De rechtbank is in haar vonnis gemotiveerd ingegaan op de verweren van de verdediging en heeft uitleg gegeven over de interpretatie en duiding van de verschillende bewijsmiddelen. Het hof is van oordeel dat de rechtbank een juiste afweging heeft gemaakt. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd is in de kern niet anders dan bij de rechtbank is bepleit. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank na eigen onderzoek over en zal het vonnis bevestigen. Dit komt er op neer dat ook het hof - onder verwijzing naar de overwegingen van de rechtbank - van oordeel is dat op grond van het door de rechtbank gehanteerde bewijs tot bewezenverklaring van de bestreden feiten moet worden gekomen.”
3.4
Het door het hof bevestigde vonnis houdt, voor zover van belang en met weglating van voetnoten, de volgende bewijsmiddelen in:
“feit 4
Proces-verbaal van aangifte [aangever] d.d. 4 december 2022
Aangever [aangever] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:
Op 4 december 2022 omstreeks 16.00 uur verliet ik mijn woning aan de [a-straat 1] te [plaats] . Op 4 december 2022 omstreeks 20.00 uur kwam ik terug bij mijn woning. Ik zag bij binnenkomst dat het raam was geforceerd. Tevens zag ik dat de luxaflex beschadigd was en dat er verschillende kastjes en lades waren geopend. De volgende goederen zijn weggenomen: 100 euro, Apple iPhone 7, horloge (Tommy Hilfiger), horloge (Quartz), horloge (U.S. Polo), horloge (Regal) en oortjes.
Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2022
Verbalisant [verbalisant 1] heeft in het proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Op zondag 4 december 2022 werd er in de avond tussen 16:00 uur en 20:00 uur een inbraak gepleegd in een woning op de [a-straat 1] . De verdachte die mogelijk de inbraak pleegde, werd rond 18:05 uur op camera vastgelegd. Deze camerabeelden zijn van een woning op de [a-straat 2] . Er is een verdachte te zien op de camerabeelden met het volgende signalement: Geslacht: man, Huiskleur: blank, Postuur: normaal. De verdachte heeft een spijkerbroek aan en een donkere jas met capuchon. Hij heeft donkerkleurige schoenen aan met een witte zool. Deze zool wordt onderbroken in het midden door een zwarte kleur aan beide kanten van de schoen. De verdachte komt aanlopen met een zwarte herenfiets. Ik zag op de bewegende beelden dat de verdachte verder op straat liep richting de rechterkant vanuit de camerabeelden te zien. De verdachte stopte ter hoogte van de [a-straat 1] . Hij stapte rechts langs de lantaarnpaal de verhoging op. Dat is op de plek van [a-straat 1] .
Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 december 2022
Verbalisant [verbalisant 2] heeft in het proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
De woning van verdachte aan de [d-straat 1] is doorzocht ter inbeslagname. Bij deze doorzoeking werden onder andere de volgende goederen aangetroffen die gelijkend zijn met de goederen op de camerabeelden van de woninginbraken:
- herenfiets (kleur: donker, merk: Altec, kettingslot om zadelpen, half open kettingkast met een derailleur);
- zwarte jas met capuchon en embleem op de linkermouw;
- groene hoodie;
- groen met zwart paar schoenen met witte zool welke is onderbroken door een zwart vlak.
Proces-verbaal van, bevindingen d.d. 2 januari 2023
Verbalisant [verbalisant 3] heeft in het proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Ik bekeek opnames van beveiligingscamera's rond de woningen waar werd ingebroken. Dit gaat onder meer om het adres [a-straat 1] in [plaats] .
Op de beelden is een persoon te zien met het volgende signalement:
- jas met embleem op de linkermouw;
- normaal postuur;
- donkere schoenen met witte zool met donkere onderbreking in het midden van de zool;
-spijkerbroek.
Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte [verdachte] ter inbeslagname op 21 december 2022 werden schoenen aangetroffen die sterk gelijkend zijn aan de schoenen die op camerabeelden te zien zijn.
Ik zag dat deze schoenen sterk gelijkend waren door de volgende kenmerken:
- donkergroene schoenen;
- witte zool;
- zool wordt onderbroken door donker deel in het midden van de zool.
Ook werden in de woning van de verdachte een tweetal jassen aangetroffen. Een van deze jassen is sterk gelijkend aan de jas die ik zag op camerabeelden.
Ik zag dat de jas sterk gelijkend was door de volgende kenmerken:
- donkere jas;
- capuchon in dezelfde kleur als de jas;
- embleem op de linkermouw ter hoogte van de bovenarm.
Bij twee beelden rondom woninginbraken zag ik dat de verdachte een fiets met zich mee voerde. Dit was op de beelden van de inbraak bij [c-staat 1] en [a-straat 1] te [plaats] .
Deze fiets heeft de volgende kenmerken:
- herenfiets;
- donkere kleur;
- merk op de schuine framebuis: Altec;
- rechthoekige fietslamp voor;
- donkerkleurig kettingslot om de zadelpin gewikkeld.
Nadat ik de fiets zag op de beelden zocht ik naar Altec fietsen op het internet. Ik zag dat de fiets die op de beelden bij inbraken te zien is, sterk gelijkende kenmerken heeft aan de volgende fiets: Altec Metro 7SP.
Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte [verdachte] werd de volgende fiets aangetroffen: Altec Metro 7SP. Deze fiets heeft sterk gelijkende kenmerken met de fiets die ik zag op camerabeelden rondom de woninginbraken op de [a-straat 1] en de [c-staat 1] te [plaats] .
feit 7
Proces-verbaal van aangifte [betrokkene 1] d.d. 7 december 2022
Aangever [betrokkene 1] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:
Op 7 december 2022 verliet ik mijn huurwoning aan de [b-straat 1] te [plaats] . Diezelfde dag kwam ik terug en zag ik op de deurmat een hamer liggen. Op een kast, naast de achterdeur, zag ik een schroevendraaier liggen. Toen ik de deur inspecteerde zag ik schade onderin aan de afwerkplint. Ik zag dat de schuurdeur geopend was, deze deur had ik niet afgesloten toen ik wegging. Toen ik in de tuin stond zag ik op de eerste verdieping bij het rechterraam dat de hor scheef opengeschoven was.
Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 december 2022
Verbalisant [verbalisant 4] heeft in het proces-verbaal van bevindingen naar aanleiding van de poging inbraak aan de [b-straat 1] , waarvan op 7 december 2022 aangifte is gedaan, onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Ter plaatse op het adres [b-straat 1] zag ik braaksporen op de achterdeur. Ik zag dat er op de grond, een hamer lag. Ik hoorde de bewoner zeggen:
- dat er op een kastje, naast de deur, een schroevendraaier lag,
- dar hij deze herkende als zijn eigendom,
- dat deze hamer en schroevendraaier normaliter in de schuur zouden liggen.
Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 december 2022
Verbalisant [verbalisant 2] heeft in het proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van een poging inbraak op de [b-straat 1] te [plaats] op 7 december 2022 bekeek ik de, door het slachtoffer, beschikbaar gestelde camerabeelden. Ik bekeek de beelden van de cameradeurbel van de [b-straat 1] te [plaats] . De beelden waren van 7 december 2022. Ik zag één verdachte met het volgende signalement: lichte capuchon, lichte jas met op de linkerarm een donker merkteken, lichte broek en donkere schoen met lichte zool. De zool wordt in het midden onderbroken door een donker vlak. Ik zag dat deze schoenen soortgelijk waren aan de schoenen die de persoon droeg op de camerabeelden van de [a-straat 1] (de rechtbank begrijpt de inbraak van feit 4).
Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 december 2022
Verbalisant [verbalisant 2] heeft in het proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
De woning van verdachte aan de [d-straat 1] is doorzocht ter inbeslagname. Bij deze doorzoeking werden onder andere de volgende goederen aangetroffen die gelijkend zijn met de goederen op de camerabeelden van de woninginbraken;
- herenfiets (kleur: donker, merk: Altec, kettingslot om zadelpen, half open kettingkast met een derailleur);- zwarte jas met capuchon en embleem op de linkermouw;
- groene hoodie;
- groen met zwart paar schoenen met witte zool welke is onderbroken door een zwart vlak.
Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 januari 2023
Verbalisant [verbalisant 3] heeft in het proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Ik bekeek opnames van beveiligingscamera's rond de woningen waar werd ingebroken. Dit gaat onder meer om het adres [b-straat 1] in [plaats] . Op de beelden is een persoon te zien met het volgende signalement:
- jas met embleem op de linkermouw;
- normaal postuur;
- donkere schoenen met witte zool met donkere onderbreking in het midden van de zool;
- spijkerbroek.
Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte [verdachte] ter inbeslagname op 21 december 2022 werden schoenen aangetroffen die sterk gelijkend zijn aan de schoenen die op camerabeelden te zien zijn.
Ik zag dat deze schoenen sterk gelijkend waren door de volgende kenmerken:
- donkergroene schoenen;
- witte zool;
- zool wordt onderbroken door donker deel in het midden van de zool.
Ook werden in de woning van de verdachte een tweetal jassen aangetroffen. Een van deze jassen is sterk gelijkend aan de jas die ik zag op camerabeelden.
Ik zag dat de jas sterk gelijkend was door de volgende kenmerken:
- donkere jas;
- capuchon in dezelfde kleur als de jas;
- embleem op de linkermouw ter hoogte van de bovenarm.
feit 8
Proces-verbaal van aangifte [betrokkene 2] d.d. 11 december 2022
Aangever [betrokkene 2] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:
Op 11 december 2022 omstreeks 20:32 uur zat ik in de woonkamer van mijn woning aan de [c-staat 1] te [plaats] . Wij hoorden wat gebonk en gerommel gevolgd door een harder gebonk in de achtertuin. Na de komst van de politie ben ik naar de achtertuin gelopen. Ik zag dat de ruit van het raam van de aanbouw aan de linkerzijde van de woonkamer geforceerd was. Dit betreft een ruit (dubbelglas) van ongeveer 190 cm hoog en 150 cm breed.
De deurbelcamera heeft opnamen gemaakt.
Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2022
Verbalisant [verbalisant 5] heeft in het proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Ik heb de beelden bekeken van de ring deurbelcamera van de woning [c-staat 1] te [plaats] . De beelden zijn opgenomen op 11 december 2022 tussen 20:32:29 uur en 20:32:46 uur.
Links in beeld komt de verdachte, lopend naast zijn fiets, in beeld. Verdachte draagt op de beelden een lichtkleurige heupjas, de capuchon van de jas draagt hij over zijn hoofd. Later is op beeld te zien dat de verdachte een lichtkleurige broek met daaronder nogal opvallende schoenen draagt. De schoenen zijn op het beeld donker van kleur. Aan de zijkant, ter hoogte van de zool, loopt een witte doorbroken streep. Ook bij de neus van de schoen is de witte streep doorbroken. Verdachte loopt langs de woning. Even later is de fiets goed in beeld. Verbalisant [verbalisant 1] heeft de beelden ook bekeken en herkende de fiets uit het onderzoek onder 2022362148 (de rechtbank begrijpt de fiets op de camerabeelden van de diefstal uit de woning aan de [a-straat 1] (feit 4).
Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 december 2022
Verbalisant [verbalisant 2] heeft in het proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
De woning van verdachte aan de [d-straat 1] is doorzocht ter inbeslagname. Bij deze doorzoeking werden onder andere de volgende goederen aangetroffen die gelijkend zijn met de goederen op de camerabeelden van de woninginbraken:
- herenfiets (kleur: donker, merk: Altec, kettingslot om zadelpen, halfopen kettingkast met een derailleur);
- zwarte jas met capuchon en embleem op de linkermouw;
- groene hoodie;
- groen met zwart paar schoenen met witte zool welke is onderbroken door een zwart vlak.
Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 januari 2023
Verbalisant [verbalisant 3] heeft in het proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Ik bekeek opnames van beveiligingscamera's rond de woningen waar werd ingebroken. Dit gaat onder meer om het adres [c-staat 1] in [plaats] . Op de beelden is één persoon te zien met het volgende signalement:
- jas met embleem op de linkermouw:
- normaal postuur;
- donkere schoenen met witte zool met donkere onderbreking in het midden van de zool;- spijkerbroek.
Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte [verdachte] ter inbeslagname op 21 december 2022 werden schoenen aangetroffen die sterk gelijkend zijn aan de schoenen die op camerabeelden te zien zijn.
Ik zag dat deze schoenen sterk gelijkend waren door de volgende kenmerken:
- donkergroene schoenen;
- witte zool:
- zool wordt onderbroken door donker deel in het midden van de zool.
Ook werden in de woning van de verdachte een tweetal jassen aangetroffen. Een van deze jassen is sterk gelijkend aan de jas die ik zag op camerabeelden.
Ik zag dat de jas sterk gelijkend was door de volgende kenmerken:
- donkere jas;
- capuchon in dezelfde kleur als de jas;
- embleem op de linkermouw ter hoogte van de bovenarm.
Bij twee beelden rondom woninginbraken zag ik dat de verdachte een fiets met zich mee voerde. Dit was op de beelden van de inbraak bij [c-staat 1] en [a-straat 1] te [plaats] .
Deze fiets heeft de volgende kenmerken:
- herenfiets;
- donkere kleur;
- merk op de schuine framebuis: Altec;
- rechthoekige fietslamp voor;
- donkerkleurig kettingslot om de zadelpin gewikkeld.
Nadat ik de fiets zag op de beelden zocht ik naar Altec fietsen op het internet. Ik zag dat de fiets die op de beelden bij inbraken te zien is, sterk gelijkende kenmerken heeft aan de volgende fiets: Altec Metro 7SP.
Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte [verdachte] werd de volgende fiets aangetroffen: Altec Metro 7SP. Deze fiets heeft sterk gelijkende kenmerken met de fiets die ik zag op camerabeelden rondom de woninginbraken op de [a-straat 1] en de [c-staat 1] te [plaats] .”
3.5
Het bevestigde vonnis houdt, voor zover van belang en met weglating van voetnoten, de volgende bewijsoverwegingen in:
“feit 4, feit 7 en feit 8 camerabeelden
Verdachte heeft over het tenlastegelegde onder feit 4, feit 7 en feit 8 bij de politie geen verklaring gegeven. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij niet degene is die op de camerabeelden staat.
De raadsman heeft aanvullend op deze verklaring naar voren gebracht dat op alle beelden wel iemand te zien is, maar de vraag of is of dit verdachte is. Er wordt daarnaast gewezen op specifieke kenmerken van de jas en schoenen, maar deze specifieke kenmerken worden eerst als licht omschreven, daarna weer als donker. Tot slot zijn op de beelden geen inbrekershandelingen te zien. Ook is niet te zien dat degene op de beelden iets wegneemt.
Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat op 4 december 2022 een woninginbraak is gepleegd aan de [a-straat 1] te [plaats] (feit 4). Op 7 december 2022 is een poging gedaan tot woninginbraak aan de [b-straat 1] te [plaats] (feit 7) en op 11 december 2022 is een poging gedaan tot woninginbraak aan de [c-staat 1] te [plaats] (feit 8).
De vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze (pogingen tot) woninginbraak, beantwoordt de rechtbank bevestigend en licht dit als volgt toe.
De uiterlijke kenmerken van de man op de beelden, geregistreerd en vastgelegd op dezelfde data/tijdstippen als waarop is ingebroken op de [a-straat 1] te [plaats] en is gepoogd in te breken in de woningen aan de [b-straat 1] te [plaats] en aan de [c-staat 1] te [plaats] , komen telkens overeen. Zo draagt de man steeds dezelfde soort kleding, draagt hij telkens dezelfde soort schoenen en bij feit 4 en feit 8 komt de man op dezelfde soort fiets. Alle beelden zijn vastgelegd in het zwart / wit. Het is algemeen bekend dat sommige (deur)camera’s licht en donker omdraaien bij dag en nacht. Zo kunnen donkere kleuren in de nacht juist licht worden afgebeeld op de camera en lichte kleuren kunnen donker worden afgebeeld. Dat de specifieke kenmerken van de kleding dus wisselend als donker en licht worden afgebeeld en omschreven, neemt niet weg dat het nog steeds kan zijn dat het om dezelfde soort kleding gaat.
De kleding, de schoenen en de fiets die te zien zijn op de beelden, komen overeen met de goederen aangetroffen in de woning van verdachte tijdens de doorzoeking van zijn woning. Gelet op de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat verdachte degene is die te zien is op de camerabeelden en derhalve als dader van de woninginbraak en pogingen daartoe kan worden aangemerkt.
Bij de poging woninginbraak onder feit 7 heeft de man op de beelden geen fiets bij zich. De link naar verdachte vindt plaats op basis van de overeenkomst tussen de kleding en de schoenen die zichtbaar is op de camerabeelden en de kleding en schoenen die bij verdachte thuis is aangetroffen. De rechtbank vindt naast deze overeenkomst steunbewijs in de bewezenverklaring van het onder feit 6 tenlastegelegde. Immers, deze woninginbraak vond plaats tussen 7 en 8 december 2022 aan de [b-straat 2] te [plaats] . De poging woninginbraak onder feit 7 vond plaats op 7 december 2022 aan de [b-straat 1] te [plaats] . Gelet op de vaststelling dat verdachte tussen 7 en 8 december 2022 in de [b-straat] te [plaats] was en de overeenkomst tussen de kleding en schoenen op de camerabeelden en de kleding en schoenen die bij hem thuis zijn aangetroffen, ziet de rechtbank, in onderling verband en samenhang bezien, eveneens voldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot woninginbraak aan de [b-straat 2] .
De rechtbank komt gelet op voorgaande tot een bewezenverklaring van het onder feit 4, feit 7 en feit 8 tenlastegelegde.”
3.6
Onder feit 6, waar het hof in de nadere bewijsoverweging naar verwijst, is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 7 december 2022 tot en met 8 december 2022 te [plaats] , in een woning, te weten aan de [b-straat 2] . alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een horloge en een geldbedrag, die geheel aan [betrokkene 3] , in elk geval aan een ander toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen voornoemde goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming”
3.7
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“Proces-verbaal van aangifte [betrokkene 3] d.d. 8 december 2022
Aangever [betrokkene 3] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:
Op 7 december 2022 verliet ik mijn woning op de [b-straat 2] te [plaats] . Op 8 december 2022 werd ik gebeld doof verbalisant [verbalisant 6] van de politie. Ik kwam aan bij mijn woning en zag een gat in de glazen pui aan de rechterzijde tegen het kozijn. Dit gat was ongeveer 50 centimeter hoog en 30 centimeter breed. Ik zag dat er in de tuin en in de woonkamer glasscherven bij de deur lagen. Ik zag dat er in de tuin bij de plek waar het raam kapot was een steen lag. Ik zag dat 150 euro en een goudkleurige namaak Rolex weggenomen waren. Ook zag ik dat tussen de 50 en 70 euro uit de spaarpotten van mijn kinderen was weggenomen.
Proces-verbaal van forensisch onderzoek woning ( [b-straat 2] , [plaats] ) d.d. 12 december 2022
Verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] hebben in het proces-verbaal van forensisch onderzoek onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Wij zagen dat er een gat in de schuifpui zat. Ik (verbalisant [verbalisant 7] ) heb de rand van het gat in het glas bemonsterd op epitheel (SIN AAO15940NL). Ik zag aan de buitenzijde van het glas handschoensporen en vegen zitten, ik heb deze vegen bemonsterd op epitheel (SIN AAO15938NL)
Een deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek d.d. 21 december 2022
Dr. P.J. Herbergs (NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige) heeft in de deskundigenrapportage onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:

3.8
Het door het hof bevestigde vonnis houdt verder nog de volgende bewijsoverweging in:
“feit 2 en feit 6 - DNA
Verdachte heeft zich bij de politie voor wat betreft feit 2 op zijn zwijgrecht beroepen en voor wat betreft feit 6 heeft verdachte niet willen verklaren. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij niks te maken heeft met deze tenlastegelegde feiten. Verdachte heeft verklaard dat hij regelmatig spullen, zoals handschoenen of gereedschap, uitleent aan mensen die in hetzelfde gebouw wonen als verdachte.
Mogelijk hebben die mensen woninginbraken gepleegd met de uitgeleende spullen met verdachte zijn DNA daarop. (…)
Tussen 7 december 2022 en 8 december 2022 is een woninginbraak gepleegd aan de [b-straat 2] te [plaats] (feit 6). De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of verdachte degene is geweest die deze woninginbraken heeft gepleegd. De rechtbank beantwoordt deze vraag, ondanks de ontkenning van verdachte, bevestigend en licht dit oordeel als volgt toe.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat na de woninginbraken aan de (…) [b-straat 2] forensisch onderzoek is gedaan door de politie. Daarbij zijn sporen veiliggesteld. Van het DNA in het sporenmateriaal uit de veiliggestelde sporen is een DNA-profiel verkregen. Bij de vergelijking van het DNA-profiel getrokken uit de veiliggestelde sporen met de DNA-databank, komt een match naar voren met het DNA-profiel van verdachte. Dit levert voldoende wettig en overtuigend bewijs op dat verdachte, degene is geweest die de woninginbraken onder (…) feit 6 heeft gepleegd. De veiliggestelde sporen (epitheel) zijn aangetroffen precies op de plekken waar de dader van buiten naar binnen is gegaan, te weten op (…) een gat in de schuifpui / op de schuifpui zelf. Daarmee is telkens sprake van een daderspoor op een delict gerelateerde locatie. De aard van de sporen duidt erop dat deze sporen rechtstreeks door de dader van de woninginbraak zijn achtergelaten. Het alternatieve scenario dat een ander met de door verdachte uitgeleende spullen de woninginbraken heeft gepleegd, dat verdachte pas ter zitting heeft gegeven, is niet nader geconcretiseerd en acht de rechtbank ook niet op andere wijze aannemelijk geworden. Daar komt bij dat de manier van inbreken in beide woningen in grote mate overeenkomt met de andere bewezenverklaarde inbraken.
De rechtbank komt gelet op voorgaande tot een bewezenverklaring van het onder (…) feit 6 tenlastegelegde.”
3.9
In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat bij geen van de drie feiten de aangifte enige aanwijzing voor de betrokkenheid van de verdachte bevat. Ook wordt gesteld dat uit het proces-verbaal van doorzoeking niet meer volgt dan dat er diverse kledingstukken alsmede een herenfiets van het merk Altec zijn aangetroffen in de woning van de verdachte. Daaruit volgt volgens de steller van het middel niet dat deze goederen ook daadwerkelijk aan de verdachte toebehoren en dat de in de woning aangetroffen goederen dezelfde goederen zijn als gebruikt door de persoon op de camerabeelden. Bovendien zou op grond van de bewijsvoering niet meer kunnen worden vastgesteld dan dat de goederen op de beelden gelijkenissen vertonen met de goederen die in de woning van de verdachte zijn aangetroffen. Van zodanig specifieke kenmerken van de kleding en de fiets is geen sprake. Wat betreft de camerabeelden wordt nog aangevoerd dat daaruit niet meer volgt dan dat er een persoon op de beelden te zien is, zodat daaruit geenszins volgt dat de persoon ook in verband kan worden gebracht met de inbraak dan wel de pogingen daartoe. Van een herkenning op basis van specifiek onderscheidende persoonskenmerken is volgens de steller van het middel evenmin sprake. Dat de uiterlijke kenmerken van de man op de beelden bij alle drie de feiten telkens overeenkomen blijkt evenmin. Resumerend wordt betoogd dat uit de bewijsconstructie daarom niet zonder meer kan volgen dat de persoon die op de beelden ten aanzien van de feiten 4, 7 en 8 te zien is één en dezelfde persoon is en de persoon op de beelden ook daadwerkelijk de dader van de feiten is.
3.10
Het hof heeft, het vonnis van de rechtbank bevestigend, de vraag of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 4, 7 en 8 tenlastegelegde (pogingen tot) woninginbraak bevestigend beantwoord. Volgens het hof is de verdachte de persoon die te zien is op de beschikbare camerabeelden en derhalve de pleger van genoemde feiten. Daarbij heeft het hof een tweetal omstandigheden van belang geacht, te weten (1) het overeenkomen van de uiterlijke kenmerken van de man op de beelden en (2) het overeenkomen van de op de camerabeelden te zien zijnde kleding, schoenen en fiets (feiten 4 en 8) met de kleding, de schoenen en de fiets die bij de doorzoeking in het huis van de verdachte zijn aangetroffen. Bij de onder feit 7 bewezenverklaarde poging tot woninginbraak, waarbij is vastgesteld dat de man op de camerabeelden geen fiets bij zich had, is als steunbewijs betrokken dat de verdachte tussen 7 en 8 december 2022 in de [b-straat] te [plaats] is geweest (feit 6). Uit de bewijsvoering voor dit feit blijkt dat het daderschap van de verdachte is gestoeld op een (mogelijke) match van het op de plaats delict aangetroffen daderspoor met het DNA-profiel van de verdachte. Bij de verwerping van het alternatieve scenario dat een ander met de door de verdachte uitgeleende spullen de woninginbraak onder 6 heeft gepleegd is voorts betrokken dat de manier van inbreken in grote mate overeenkomt met de andere bewezenverklaarde inbraken. In genoemd geval is in de glazen pui een gat aan de rechterzijde tegen het kozijn aangetroffen, lagen er in de tuin en in de woonkamer glas en scherven bij de deur en lag er in de tuin bij de plek waar het raam kapot was een steen.
3.11
Voor het daderschap van de verdachte heeft het hof dus in de eerste plaats van belang geacht dat de uiterlijke kenmerken van de man op de beelden overeenkomen. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de bewijsmiddelen wat betreft het signalement van de man op de camerabeelden allemaal spreken van een (“blanke” mans)persoon met een normaal postuur. Dat is weliswaar weinig specifiek, maar wel overeenkomend. In de tweede plaats wordt door het hof waarde gehecht aan de omstandigheid dat de kleding, schoenen en de fiets (feiten 4 en 8) die op de camerabeelden te zien zijn overeenkomen met de kleding, de schoenen en de fiets die bij de doorzoeking in het huis van de verdachte zijn aangetroffen. De overeenkomsten laten zich als volgt categoriseren, waarbij ik aanteken dat het hof - zoals blijkt uit de bewijsoverweging - voorbij is gegaan aan de licht/donker verschillen die worden (afgebeeld c.q.) omschreven (hetgeen in cassatie overigens ook niet wordt betwist):
Kleding | Schoenen | Fiets | |
Camerabeelden | |||
Feit 4 | spijkerbroekdonkere jas met capuchon en embleem op linkermouw | donkerkleurige schoenen met witte zool, in het midden onderbroken door een zwarte kleur aan beide kanten van de schoen | donkerkleurige Altec herenfiets met rechthoekige fietslamp voor en donkerkleurig kettingslot gewikkeld om de zadelpen (door de verbalisant na onderzoek geïdentificeerd als een Altec Metro 7SP) |
Feit 7 | lichte (spijker)broek lichte jas met lichte capuchon met op de linkerarm een donker merkteken | donkere schoen met lichte zool die in het midden onderbroken is door een donker vlak (door de verbalisant na onderzoek geïdentificeerd als soortgelijk aan de schoenen bij feit 4) | - |
Feit 8 | lichtkleurige (spijker)broek lichtkleurige heupjas met capuchon en embleem op de linkermouw | donkere schoenen met witte zool met donkere onderbreking in het midden van de zool en op de neus van de schoen | donkerkleurige Altec herenfiets met rechthoekige fietslamp voor en donkerkleurig kettingslot gewikkeld om de zadelpen en half open kettingkast met derailleur (door de verbalisant na onderzoek geïdentificeerd als een Altec Metro 7SP) |
Doorzoeking | |||
Feit 4 | donkere jas met capuchon in dezelfde kleur als de jas en een embleem op de linkermouw ter hoogte van de bovenarm | donkerkleurige schoenen met een witte zool die wordt onderbroken door een donker deel in het midden van de zool | Altec Metro 7SP, fiets gelijkend op de fiets bij feit 8 |
Feit 7 | zwarte jas met capuchon (in dezelfde kleur) en embleem op linkermouw (ter hoogte van de bovenarm)groene hoodie | (donker)groen (met zwart) paar schoenen met witte zool welke onderbroken is door een zwart vlak | - |
Feit 8 | donkere jas met capuchon in dezelfde kleur als de jas en embleem op linkermouw (ter hoogte van de bovenarm) groene hoodie | donkergroene schoenen met witte zool die onderbroken wordt door donker deel in het midden van de zool | Altec Metro 7SP, fiets gelijkend op de fiets bij feit 4 |
3.12
Ik meen dat het hof op grond van voornoemde kenmerken heeft kunnen oordelen dat de kleding, schoenen en de fiets (feiten 4 en 8) die op de camerabeelden van de verschillende feiten te zien zijn onderling overeenkomen en ook overeenkomen met de kleding, schoenen en fiets die bij de doorzoeking in het huis van de verdachte zijn aangetroffen (welke ook weer per feit onderling overeenkomen). De daaraan door het hof verbonden conclusie dat de verdachte degene is die te zien is op de camerabeelden vind ik gelet hierop niet onbegrijpelijk. Daarbij merk ik overigens nog op dat in hoger beroep niet is aangevoerd dat de bij de doorzoeking in het huis van de verdachte aangetroffen kleding niet aan hem zou toebehoren.
3.13
Dat ligt mijns inziens anders voor de daaraan door het hof verbonden conclusie dat het dus ook de verdachte is geweest die de onder 4, 7 en 8 tenlastegelegde (pogingen tot) woninginbraken heeft gepleegd. De enkele aan de camerabeelden ontleende aanwezigheid van de verdachte ter plaatse op dezelfde data/tijdstippen als waarop is ingebroken c.q. gepoogd is in te breken (ook waar het feit 6 betreft), lijkt mij daartoe ontoereikend, temeer nu de voor het bewijs gebezigde inhoud van de camerabeelden niet zonder meer verdacht gedrag beschrijven. Immers, deze beelden houden slechts in dat de verdachte ter hoogte van de woning aan de [a-straat 1] stopt en rechts langs de lantaarnpaal de verhoging1.oploopt (feit 4), dat hij langs de woning aan de [c-staat 1] loopt (feit 8), terwijl de voor het bewijs van feit 7 gebezigde beelden geen andere beschrijving inhouden dan van de persoon die op de beelden te zien is. Daarbij merk ik nog op dat door het hof in de bewijsoverweging ook niet een vergelijkbare modus operandi en/of het stilzwijgen van de verdachte over zijn aanwezigheid ter plaatse zijn betrokken.
3.14
Het middel slaagt.
4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het onder 4, 7 en 8 tenlastegelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het hof, teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 24‑09‑2024