NJ 2026/71
Belaging. Benadeelde partij. Vergoeding van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand als materiële schade.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1682, m.nt. W.H. Vellinga
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/02476
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Noot
W.H. Vellinga
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD46777:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1682, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:833, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
Belaging. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel. Vergoeding van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand als materiële schade. Deze kosten zijn niet begrepen onder de proceskostenveroordeling.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt in verband met de bewezenverklaarde belaging over de toewijzing door het hof van de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand als materiële schade en de in verband daarmee opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Het voert daartoe aan dat het bij die kosten gaat om proceskosten waarover de rechter op grond van art. 532 Sv een beslissing moet nemen. De Hoge Raad verwijst voor het juridisch kader voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.