NJB 2025/433:Pseudokoop vuurwapen en beroep op schending van het instigatieverbod c.q. het Tallon-criterium, art. 126i Sv: het voorschrift dat de opsporingsambtenaar bij de uitvoering van (onder meer) het bevel om goederen af te nemen de verdachte niet tot andere strafbare feiten mag brengen dan waarop het opzet van de verdachte al tevoren was gericht, strekt mede tot bescherming van het recht op een eerlijk proces uit art. 6 EVRM. Citering en toepassing van EHRM 5 februari 2008, nr. 74420/01 (Ramanauskas/Litouwen), over het binnen ‘clear limits’ moeten houden van in het bijzonder undercovertechnieken, en EHRM 15 oktober 2020, nr. 40495/15 (Akbay e.a./ Duitsland), over de vraag of sprake is van ‘police incitement’ en in hoeverre het optreden van opsporingsambtenaren ‘essentially passive’ is en voorts over de rechterlijke toetsing in geval van een beroep door de verdediging op het instigatieverbod. In casu kon het Hof gelet op onder meer een MMA-melding en een chatgesprek waaraan de in verdovende middelen handelende verdachte deelnam, oordelen dat er voorafgaand aan de bevelen tot pseudokoop ‘al sterke aanwijzingen waren dat de verdachte zich (...) bezighield met de handel in wapens’ en dat de verdachte niet is gebracht tot het begaan van andere strafbare feiten dan waarop zijn opzet al tevoren was gericht.