NJB 2025/705
Recht op horen van getuigen, art. 6 EVRM: het arrest EHRM 19 januari 2021, nr. 2205/16 (Keskin/Nederland) doet niet af aan de eis die in de rechtspraak van de Hoge Raad wordt gesteld en die ook aansluit bij de rechtspraak van het EHRM, dat als de verdediging een getuige wenst te ondervragen, zij hiertoe het nodige initiatief neemt. Dat houdt in dat de verdediging die wens kenbaar moet maken door een stellig en duidelijk verzoek te doen tot het oproepen en horen van een concreet aangeduide getuige.
HR 25-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:447
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
22/04419
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:447, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:368, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑01‑2025
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Recht op horen van getuigen, art. 6 EVRM: het arrest EHRM 19 januari 2021, nr. 2205/16 (Keskin/Nederland) doet niet af aan de eis die in de rechtspraak van de Hoge Raad wordt gesteld en die ook aansluit bij de rechtspraak van het EHRM, dat als de verdediging een getuige wenst te ondervragen, zij hiertoe het nodige initiatief neemt. Dat houdt in dat de verdediging die wens kenbaar moet maken door een stellig en duidelijk verzoek te doen tot het oproepen en horen van een concreet aangeduide getuige.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld wegens – kort ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.