Hof Arnhem-Leeuwarden, 15-09-2022, nr. P21/0310
ECLI:NL:GHARL:2022:8794
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
15-09-2022
- Zaaknummer
P21/0310
- Vakgebied(en)
Penitentiair recht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHARL:2022:8794, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 15‑09‑2022; (Hoger beroep)
ECLI:NL:GHARL:2021:11771, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 16‑12‑2021; (Hoger beroep)
- Vindplaatsen
Uitspraak 15‑09‑2022
Inhoudsindicatie
Bevestiging met aanvulling van gronden. Alsnog verpleging van overheidswege. De veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen vereist voortzetting van de behandeling en resocialisatie in het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling. Het hof heeft verschillende opties voor een vervolgtraject onderzocht. Noch het kader van een zorgmachtiging op grond van de Wvggz, noch een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd biedt op dit moment een toereikend (alternatief) kader om die noodzakelijke behandeling en resocialisatie te doen plaatsvinden. Afwijzing aanhoudingsverzoek.
TBS P21/0310
Beslissing d.d. 15 september 2022
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
verblijvende in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) van de Penitentiaire Inrichting (PI) te Zwolle,
verder te noemen de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 3 juni 2021. Deze beslissing houdt in de ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in de vordering, de afwijzing van een verzoek tot aanhouding en het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 10 juni 2021;
- de (weiger)rapportage van psychiater I. Maksimovic van 31 augustus 2021 in het kader van de vordering tot verlenging van de maatregel;
- de rapportage van Reclassering Nederland van 13 oktober 2021 in het kader van de vordering tot verlenging van de maatregel;
- de rapportage van psychiater I. Hazemeijer van 15 november 2021 in het kader van de vordering tot verlenging van de maatregel;
- het proces-verbaal van de terechtzitting van dit hof van 2 december 2021;
- de tussenbeslissing van dit hof van 16 december 2021;
- het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Overijssel van 10 februari 2022 in het kader van de vordering tot verlenging van de maatregel;
- de beslissing van de rechtbank Overijssel van 24 februari 2022, onder meer strekkende tot verlenging van de maatregel met een termijn van een jaar;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 13 januari 2022 in het kader van de voorbereiding van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geneeskundige gezondheidszorg (Wvggz);
- de medische verklaring van de psychiater van 13 januari 2022 in het kader van de voorbereiding van een zorgmachtiging op grond van de Wvggz;
- een memo van het Openbaar Ministerie van 3 februari 2022, over de uitkomst van het onderzoek naar een zorgmachtiging;
- de rapportage van de Reclassering Nederland van 25 mei 2022 in het kader van de vordering tot verlenging van de maatregel;
- een advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) van mei 2022, inhoudende dat aan de criteria voor een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd) wordt voldaan;
- de processen-verbaal van de terechtzittingen van dit hof van 10 maart 2022 en 9 juni 2022;
- een e-mailbericht van [adviseur] , zorginhoudelijk adviseur bij [bedrijf] , van 20 juli 2022;
- de pro justitia (weiger) rapportage van psychiater dr. T.W.D.P. van Os van 3 augustus 2022 in het kader van de vordering tot verlenging van de maatregel.
Het hoger beroep van de terbeschikkinggestelde tegen het bevel van de rechtbank dat hij alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, is ter zitting van 1 september 2022 gelijktijdig verder behandeld met zijn hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank van 24 februari 2022 tot verlenging van de maatregel met een termijn van een jaar. In die zaak doet het hof ook vandaag uitspraak.
Het hof heeft ter zitting van 1 september 2022 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem, en de advocaat -generaal mr. J.J.T.M. Pieters. Voorts heeft het hof ter zitting gehoord de deskundigen [adviseur] , zorginhoudelijk adviseur bij [bedrijf] , en drs. C.F. de Winter, arts verstandelijk gehandicapten en 1e geneeskundige bij Trajectum.
Overwegingen:
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
Volgens psychiater Hazemeijer zit de terbeschikkinggestelde niet op zijn plek in de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Wanneer de terbeschikkinggestelde in een voor hem passende gestructureerde woonvorm verblijft en medicatietrouw is, is volgens Hazemeijer het recidiverisico laag. Het is voor de terbeschikkinggestelde van belang dat wordt onderzocht wat de beste plek voor hem is.
De deskundige De Winter heeft in zijn algemeenheid verklaard over de mogelijkheden van plaatsing van de terbeschikkinggestelde in het kader van een rechterlijke machtiging binnen Trajectum. De deskundige heeft echter niet met de terbeschikkinggestelde zelf gesproken. Het is van belang dat Trajectum de terbeschikkinggestelde zelf ziet om iets te kunnen zeggen over de kans van slagen van een rechterlijke machtiging. In dat verband heeft de raadsman primair verzocht de behandeling van de zaak aan te houden teneinde een intakegesprek van de terbeschikkinggestelde met Trajectum af te wachten. Er dient nader onderzocht te worden of de persoon van de terbeschikkinggestelde op grond van een rechterlijke machtiging in de zin van de Wzd geplaatst kan worden binnen Trajectum. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering tot omzetting naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege af te wijzen, tot afwijzing van de vordering tot verlenging van de maatregel en tot afgifte van een rechterlijke machtiging in de zin van de Wzd.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De terbeschikkinggestelde kan niet in een ander kader dan het kader van een terbeschikking-stelling met verpleging van overheidswege behandeld worden. De terbeschikkingstelling met voorwaarden is niet gelukt. Er moet nu eerst een behandeling plaats vinden alvorens er kan worden gekeken naar mogelijkheden buiten het kader van de terbeschikkingstelling. Een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd biedt onvoldoende waarborgen voor de beveiliging van de maatschappij en de behandeling van de terbeschikkinggestelde. De houding van de terbeschikkinggestelde schept ook geen vertrouwen voor een behandeling in een ander kader dan de terbeschikkingstelling. Hij wil niet meewerken, maar bij het ontbreken van behandeling is de kans op herhaling groot. Daarom dient de terbeschikkingstelling met voorwaarden omgezet te worden in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Voor een aanhouding van de behandeling ten behoeve van een intake gesprek bestaat onvoldoende aanleiding, terwijl voor het afgeven van een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd geen aanknopingspunten bestaan.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank waarbij is bevolen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Het oordeel van het hof
Het procesverloop
De terbeschikkinggestelde is bij vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo van 20 mei 2019 veroordeeld voor, kort gezegd,
- -
tweemaal mishandeling,
- -
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,
- -
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met verkrachting en
- -
vernieling.
De rechtbank heeft aan de terbeschikkinggestelde een gevangenisstraf van 198 dagen opgelegd en de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. Tot die voorwaarden behoorde onder andere opname in een zorginstelling. De rechtbank heeft de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaard.
Op 21 mei 2020 is de terbeschikkinggestelde op basis van de dadelijk uitvoerbare terbeschikkingstelling met voorwaarden geplaatst in de FPA De Boog te Warnsveld.
Tijdens deze behandeling heeft zich een aantal incidenten voorgedaan. Op 8 april 2021 is de terbeschikkinggestelde overgeplaatst naar Forence, een gesloten afdeling van Transfore, in Deventer. Ook hier heeft zich een aantal incidenten voorgedaan. Op 26 april 2021 heeft de terbeschikkinggestelde zich onttrokken tijdens een begeleid verlof waarna hij dezelfde avond is aangehouden. Op 29 april 2021 heeft de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Overijssel, de voorlopige verpleging van de terbeschikkinggestelde bevolen. De rechtbank Overijssel heeft in de beslissing waarvan beroep bevolen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Tegen deze beslissing heeft de terbeschikkinggestelde hoger beroep ingesteld.
In een separate procedure heeft de officier van justitie op 12 november 2021 gevorderd de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen. De rechtbank Overijssel heeft op 24 februari 2022 de maatregel verlengd met een termijn van een jaar. Ook tegen deze beslissing heeft de terbeschikkinggestelde hoger beroep ingesteld. Ook in dat hoger beroep zal het hof heden beslissen.
Het hof heeft deze zaak voor het eerst behandeld op de zitting van 2 december 2021. Op die zitting is naar voren gekomen dat volgens de reclassering voortzetting van het huidig kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet (langer) passend is. Er was geen overeenstemming met de terbeschikkinggestelde over de noodzaak tot behandeling en het gebruik van medicatie, aldus de reclassering. Volgens psychiater Hazemeijer was een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege echter niet nodig. Er diende te worden gezocht naar een passende woonvorm met 24-uurs zorg voor mensen met autisme en een verstandelijke beperking. Volgens de psychiater was een zorgmachtiging volgens de Wvggz de best passende maatregel om te zorgen dat de terbeschikkinggestelde zijn antipsychoticum blijft gebruiken, urinecontroles toestaat en indien nodig opgenomen kan worden op een gesloten afdeling binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg.
Het hof heeft vervolgens bij tussenbeslissing van 16 december 2021 het onderzoek heropend ten einde geïnformeerd te worden over de uitkomst van de destijds lopende voorbereidingsprocedure voor een zorgmachtiging.
Op de zitting van het hof van 10 maart 2022 bleek dat de geneesheer-directeur een zorgmachtiging niet passend achtte omdat die is gericht op kortdurend verblijf in een accommodatie, terwijl de terbeschikkinggestelde een langduriger verblijf nodig heeft. Vervolgens heeft het hof de behandeling aangehouden om te laten onderzoeken wat voor de terbeschikkinggestelde de meest passende plek is om geplaatst te worden, ongeacht of dit gebeurt in een forensisch kader zoals de voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden of in een niet forensisch kader zoals de Wzd of de Wvggz. Het hof achtte het
noodzakelijk dat alle mogelijke opties werden onderzocht en dat daarbij de bevindingen en conclusies van psychiater Hazemeijer, vermeld in diens rapport van 15 november 2021, als uitgangspunt werden genomen.
Ter zitting van 9 juni 2022 heeft het hof, gelet op het advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: CIZ), de behandeling opnieuw geschorst teneinde de mogelijkheden te laten onderzoeken van een plaatsing van de terbeschikkinggestelde in het kader van een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd. Het hof wilde de mogelijkheid hebben een afweging te maken tussen het kader van de terbeschikkingstelling en het civiele kader.
Tijdens de zitting van het hof op 1 september 2022 heeft deskundige De Winter verklaard dat Trajectum over twee plekken beschikt voor personen die onder de titel van een rechterlijke machtiging zijn opgenomen. Beide plekken zijn echter bezet en of er binnenkort een plek vrijkomt, kon de deskundige niet zeggen. De deskundige vond het zorgelijk dat er bij de terbeschikkinggestelde kennelijk geen sprake is van behandel-motivatie. Zij begreep de keuze voor Trajectum, gezien het beveiligingsniveau dat voor de terbeschikkinggestelde nodig is, maar benoemde dat bij een rechterlijke machtiging de mogelijkheid van een achtervang binnen een forensisch kader ontbreekt. Voorts heeft de deskundige verklaard dat er meestal eerst sprake is van een behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling in een kliniek en dat als de behandeling ver genoeg gevorderd is, voor verdere zorg wordt overgegaan naar het kader van een rechterlijke machtiging.
Inhoudelijke overwegingen
In de eerste plaats stelt het hof vast dat de terbeschikkinggestelde verschillende voorwaarden niet heeft nageleefd. De terbeschikkinggestelde is niet betrouwbaar gebleken in het nakomen van afspraken, is tweemaal positief getest op drugs en hij heeft zich onttrokken aan zijn behandeling. Op zichzelf is daarmee voldaan aan een criterium om te bevelen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Het hof heeft verschillende opties voor een vervolgtraject onderzocht. Het hof deelt de opvatting van de reclassering dat voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden door de problematiek en het gedrag van de terbeschikkinggestelde niet langer verantwoord en uitvoerbaar is. De terbeschikkinggestelde wil ook niet meer met de reclassering samenwerken. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het in de stukken beschreven verloop van de behandeling van de terbeschikkinggestelde het beeld laat zien van een persoon die over onvoldoende behandelmotivatie en onvoldoende standvastigheid beschikt om zich in te zetten voor zijn behandeling. Ook ontbreekt het hem aan voldoende ziekte-inzicht. De kans op recidive is hoog gebleken, ondanks de inzet van toezicht en controle.
Het hof is door het verloop van de terbeschikkingstelling met voorwaarden, de problematiek en de opstelling van de terbeschikkinggestelde tot de conclusie gekomen dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen voortzetting van de behandeling en resocialisatie in het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling vereist. Noch het kader van een zorgmachtiging op grond van de Wvggz, noch een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd biedt op dit moment een toereikend (alternatief) kader om die noodzakelijke behandeling en resocialisatie te doen plaatsvinden. Nu de terbeschikkingstelling met voorwaarden is mislukt en voorzetting daarvan geen reële optie is, terwijl behandeling van de terbeschikkinggestelde noodzakelijk is, is het hof met de rechtbank van oordeel dat alsnog het bevel tot verpleging van overheidswege is geïndiceerd.
Indexdelicten
Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 20 mei 2019 onder meer is veroordeeld ter zake van mishandeling, meermalen gepleegd, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en verkrachting. Gelet op de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de straf en de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, ligt in die uitspraak besloten dat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor misdrijven, te weten de hiervoor benoemde bedreigingen, die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet in duur beperkt.
Bevestiging beslissing waarvan beroep
Het hof is onder aanvulling van gronden als hiervoor weergegeven van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming met aanvulling van die gronden worden bevestigd.
Afwijzing verzoek tot aanhouding
Het verzoek van de verdediging om de behandeling van de zaak aan te houden ten behoeve van een intakegesprek van de terbeschikkinggestelde met Trajectum wordt afgewezen, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken. Het hof ziet geen reden tot nader onderzoek omdat in deze fase het kader van een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege vereist is.
Beslissing
Het hof:
Wijst af het verzoek tot aanhouding van de behandeling ten behoeve van een intakegesprek van de terbeschikkinggestelde met Trajectum.
Bevestigt met aanvulling van gronden de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 3 juni 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels als voorzitter,
mr. J.A.W. Lensing en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren,
en drs. A. Vissers en dr. R.A. Graaff als raden,
in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis als griffier,
en op 15 september 2022 in het openbaar uitgesproken.
mr. Ruys en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Uitspraak 16‑12‑2021
Inhoudsindicatie
Het hof heeft het onderzoek heropent en voor onbepaalde tijd geschorst, zodat het hof geïnformeerd kan worden over de lopende voorbereidingsprocedure voor afgifte van een zorgmachtiging op basis van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg. Op basis van de huidige informatie acht het hof zich onvoldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Daarnaast heeft het hof het openbaar ministerie ontvankelijk verklaard, nu de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden is opgeschort door de afgifte van een eerdere zorgmachtiging. Er is dan ook geen sprake van een niet langer bestaande maatregel of van een niet tijdig ingestelde vordering zoals door de raadsman is bepleit.
TBS P21/0310
Beslissing van 16 december 2021
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
verblijvende in [psychiatrisch centrum] ,
verder te noemen terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 3 juni 2021. Deze beslissing houdt in het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Het hof heeft gelet op de stukken waarop de rechtbank haar beslissing heeft gebaseerd en daarnaast onder meer op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 10 juni 2021 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- de Pro Justitia rapportages van 31 augustus 2021 ( [psychiater 1] , psychiater) en van 15 november 2021 ( [psychiater 2] , psychiater);
- de reclasseringsrapportage van 13 oktober 2021 en de e-mail van de reclassering van 11 november 2021;
- de e-mail van de raadsman van 1 december 2021.
Het hof heeft ter zitting van 2 december 2021 gehoord de advocaat-generaal
mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman
mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem.
Het hof heeft ter zitting tevens gehoord
[reclasseringswerker] , reclasseringswerker.
Overwegingen:
De reclasseringsrapportage van 13 oktober 2021 en de deskundige ter zitting
Gezien het verloop van het traject in combinatie met de omstandigheden dat er geen overeenstemming met de terbeschikkinggestelde is over de noodzaak tot behandeling en het gebruik van medicatie, de onbetrouwbaarheid van de terbeschikkinggestelde in de samenwerking met de reclassering en het varen van een eigen koers, concludeert de reclassering dat voortzetting van het huidig kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet (langer) passend is. Overwogen kan worden om de mogelijkheden voor afgifte van een zorgmachtiging en de toereikendheid daarvan te onderzoeken. De deskundige heeft dit standpunt ter zitting bevestigd en aangegeven dat de reclassering niet verder kan binnen het huidig kader. Er is op dit moment geen inhoudelijke invulling van de maatregel mogelijk.
De Pro Justitia rapportage
Psychiater [psychiater 2] concludeert dat het gevaar, de aard van het gevaar, de ernst en de kans op herhaling van een soortgelijk delict als het indexdelict bij een jongeman als de terbeschikkinggestelde met autisme en een verstandelijke beperking niet hoeft te leiden tot een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Er dient te worden gezocht naar een passende woonvorm met 24-uurs zorg voor mensen met autisme en een verstandelijke beperking. Daar moet de terbeschikkinggestelde bij voorkeur de beschikking hebben over een eigen appartement, met voortdurend de beschikbaarheid van zorg en dagactiviteiten zijn belangrijk. Een zorgmachtiging volgens de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is naar de mening van de psychiater de best passende maatregel om te zorgen dat de terbeschikkinggestelde zijn antipsychoticum blijft gebruiken, urinecontroles toestaat en indien nodig opgenomen kan worden op een gesloten afdeling binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven dat hij verpleging van overheidswege te zwaar vindt en dat hij denkt met een zorgmachtiging de juiste hulp te kunnen krijgen. Hij zou graag handvaten willen krijgen bij het omgaan met zijn problematiek. De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat eerst de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie aan de orde is. Primair stelt de raadsman dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet langer bestaat, aangezien de maatregel beëindigd is door het verlenen van een zorgmachtiging. . Uit artikel 6:1:19 van het Wetboek van Strafvordering volgt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden en de zorgmachtiging niet naast elkaar kunnen bestaan. Zodra de zorgmachtiging was verleend, bestond de terbeschikkingstelling met voorwaarden daarom niet meer. Het openbaar ministerie is gelet daarop niet-ontvankelijk in het verzoek tot omzetting van de niet meer bestaande terbeschikkingstelling met voorwaarden. Subsidiair stelt de raadsman dat, indien de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden wel doorliep toen de zorgmachtiging van kracht was, de einddatum van deze maatregel op 20 mei 2021 was en de vordering van het openbaar ministerie derhalve te laat is ingediend. Ook dan is de conclusie dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht om vernietiging van de beslissing van de rechtbank en om afwijzing van de vordering.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevraagd om aanhouding van de zaak in afwachting van de uitkomst van de (voorbereidings)procedure omtrent de zorgmachtiging. In dat kader moet worden onderzocht of een zorgmachtiging een reëel alternatief is. De advocaat-generaal acht het van belang hierover te zijn voorgelicht alvorens een standpunt in te nemen over het al dan niet toewijzen van de vordering. Omzetting naar verpleging van overheidswege is mogelijk gelet op het overtreden van de voorwaarden, maar het is de vraag of omzetting ook geboden is.
Ten aanzien van de vraag of het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vordering tot omzetting stelt de advocaat-generaal dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden kan bestaan naast een zorgmachtiging. Een zorgmachtiging wordt verleend voor zorg die niet in een vrijwillig kader kan worden verleend. Wanneer sprake is van een opname in een instelling als onderdeel van de zorgmachtiging, dan wordt de terbeschikkingstelling met voorwaarden opgeschort en loopt de termijn niet door. Er is dan ook geen sprake van een verlopen termijn.
Oordeel van het hof
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de stelling van de raadsman dat het verlenen van een zorgmachtiging ingevolge de Wvggz moet leiden tot beëindiging dan wel juist het doorlopen van de termijn van de terbeschikkingstelling, geen steun vindt in de wet.
Bij een terbeschikkingstelling met voorwaarden is het noodzakelijk dat de terbeschikkinggestelde zich bereid heeft verklaard tot medewerking aan de voorwaarden (artikel 38 lid 5 van het Wetboek van Strafrecht). Een van die voorwaarden kan zijn dat de terbeschikkinggestelde zich in een door de rechter aangewezen instelling laat opnemen (artikel 38a van het Wetboek van Strafrecht). Hoewel aangewezen, betreft dit geen vorm van gedwongen vrijheidsbeneming. Indien tijdens deze opname wel gedwongen zorg nodig is, kan op grond van artikel 3:2 Wvggz een zorgmachtiging worden verleend, waarin verplichte vormen van zorg kunnen worden bepaald, zoals opname in een accommodatie.
Een zorgmachtiging waarbij deze verplichte vorm van zorg is bepaald - zoals in casu het geval - dient te worden beschouwd als rechtens vrijheid ontnemen in de zin van artikel 6:1:19, lid 1 sub b van het Wetboek van Strafvordering. In deze bepaling is geregeld dat de termijn van de terbeschikkingstelling niet loopt gedurende de tijd dat de ter beschikking gestelde met voorwaarden rechtens zijn vrijheid is ontnomen. Bij afgifte van een zorgmachtiging, zoals aan de terbeschikkinggestelde is verleend, wordt de terbeschikkingstelling met voorwaarden derhalve opgeschort. De termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden loopt derhalve niet door, waardoor in deze zaak geen sprake is van een niet langer bestaande maatregel of van een niet tijdig ingestelde vordering. Het openbaar ministerie is dan ook ontvankelijk.
Aanhouding
Met de advocaat-generaal acht het hof zich op basis van de aanwezige informatie onvoldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het hof is van oordeel dat er op dit moment onvoldoende duidelijk is omtrent de mogelijkheid van de afgifte van een zorgmachtiging op basis van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg. Voor de vorming van zijn eindoordeel acht het hof het noodzakelijk dat het geïnformeerd wordt over de uitkomst van de thans lopende voorbereidingsprocedure voor een zorgmachtiging. Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen en het onderzoek voor onbepaalde tijd schorsen. Het hof verzoekt de advocaat-generaal om het hof te informeren over de uitkomst van deze procedure.
Tussenbeslissing
Het hof:
Heropent het onderzoek met voormeld doel en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd, maar voor niet meer dan drie maanden;
Verzoekt de advocaat-generaal het hof tijdig te informeren als hiervoor vermeld;
Beveelt de oproeping van de terbeschikkinggestelde tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving hiervan aan de raadsman.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels als voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. M.J. Vos als raadsheren,
en dr. P.K.J. Ronhaar en drs. D.M.L. Versteijnen als raden,
in tegenwoordigheid van mr. M.A. Valé als griffier,
en op 16 december 2021 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.