RAV 2026/3
Affectieschade. Kan degene die een LAT-relatie met het slachtoffer had worden aangemerkt als ‘naaste’ zoals bedoeld in art. 6:108 lid 4 aanhef en onder g BW?
HR 11-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1619
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
24/02936
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD46479:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1619, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:856, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑08‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑03‑2025
- Wetingang
Essentie
Affectieschade. Hardheidsclausule. Samenloop.
Kan degene die een LAT-relatie met het slachtoffer had worden aangemerkt als ‘andere persoon die in zodanig nauwe persoonlijke relatie tot het slachtoffer staat dat ook hij wordt aangemerkt als naaste die recht heeft op vergoeding van affectieschade’ zoals bedoeld in art. 6:108 lid 4 aanhef en onder g BW?
Samenvatting
Een motoragent overlijdt als gevolg van een aanrijding door een vrachtwagenchauffeur die niet wilde stoppen voor een verkeerscontrole. De chauffeur wordt veroordeeld voor doodslag. De partner van de motoragent was zelf als één van de eerste politieambtenaren op de plaats van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.