NJB 2025/2697
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling, art. 285 lid 1 Sr: voor een veroordeling daarvoor is in een geval als dit vereist dat door de bedreiging, gelet op de aard daarvan en de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen of zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. In casu deed de verdachte tegen betaling ‘incassoklussen’ en was hij gevraagd bij een sportschool door de ramen te schieten omdat ‘die man dan wel zou luisteren’. De aangever was eigenaar van deze sportschool. De verdachte heeft vier kogels afgeschoten op de ramen van de kantine van de sportschool. Op dat moment was een vrouw in de sportschool aanwezig en hoorde zij de schoten. Het hierop gebaseerde oordeel van het hof dat de verdachte deze vrouw heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling is niet toereikend gemotiveerd. Uit de bewijsvoering kan immers niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte zich bewust was van de (mogelijke) aanwezigheid van een of meer personen in de sportschool en dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte erop was gericht bij de vrouw in redelijkheid de vrees te doen ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen, dan wel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. Vordering benadeelde partij voor schokschade: herhaling en toepassing HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958. In casu kon het hof de vordering tot schokschade afwijzen. Gelet op wat het hof heeft vastgesteld over de manier waarop de benadeelde partij is geconfronteerd met de ten aanzien van gepleegde onrechtmatige daad of de gevolgen daarvan en gezien voornoemd arrest, geeft dit oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd. Kort gezegd is de benadeelde partij indirect via een app en vervolgens direct door de politie ervan op de hoogte geraakt dat haar partner was neergeschoten en dat hij naar het ziekenhuis was gebracht, waarna zij in het ziekenhuis hoorde dat hij werd geopereerd aan een schotwond in zijn been en uiteindelijk circa zes uur na de aanslag naar haar partner toe mocht die toen wakker was.
HR 11-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1676
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/01717
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1676, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:902, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑08‑2025
- Wetingang
(art. 285 Sr)
Essentie
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling, art. 285 lid 1 Sr: voor een veroordeling daarvoor is in een geval als dit vereist dat door de bedreiging, gelet op de aard daarvan en de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen of zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. In casu deed de verdachte tegen betaling ‘incassoklussen’ en was hij gevraagd bij een sportschool door de ramen te schieten omdat ‘die man dan wel zou luisteren’. De aangever ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.