RvdW 2026/31:Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 lid 1 Sr) en gewoonteheling (art. 417 jo. art. 416 lid 1 onder a Sr) door schadeauto’s te gebruiken om gestolen auto’s om te katten. Vrijspraak in eerste aanleg van impliciet cumulatief tlgd. feit (oplichting t.a.v. 1 auto en heling t.a.v. 2 voorwerpen). Bewijsklachten oplichting en heling. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte t.t.v. voorhanden krijgen van auto wist dat deze was ‘omgekat’ en daarmee van misdrijf afkomstig was en dat verdachte wetenschap had van de in auto gemonteerde gestolen onderdelen? HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Uit gegeven dat verdachte relatief kort na diefstal besloot auto ‘om te (laten) katten’ en deze vervolgens heeft verkocht, leidt hof af dat verdachte t.t.v. verkrijgen van auto wist dat deze afkomstig was uit enig misdrijf. Hof heeft kennelijk beredeneerd dat doel- en planmatig handelen van verdachte na verkrijging van auto, conclusie rechtvaardigt dat hij t.t.v. die verkrijging al op de hoogte was van criminele herkomst daarvan. Dat is niet onbegrijpelijk. Daarbij is van belang dat verdachte ttz. in hoger beroep niet heeft verklaard dat wetenschap van herkomst uit misdrijf pas is ontstaan na verwerven of voorhanden krijgen van auto. Klacht dat hof niet heeft overwogen dat verdachte geen geloofwaardige hem ontlastende verklaring heeft gegeven voor voorhanden hebben van goederen en op grond daarvan heeft aangenomen dat verdachte t.t.v. voorhanden krijgen van deze goederen wist dat deze van misdrijf afkomstig waren, berust derhalve op verkeerde lezing van arrest en mist hiermee feitelijke grondslag. Los van voorgaande is hof niet gehouden om uitblijven van verklaring van verdachte bij bewijs te betrekken. Volgt verwerping. Samenhang met 23/03962 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).