NJB 2025/1795
Bijzondere voorwaarde in zaak over dierenmishandeling, art. 14c lid 2 Sr: in casu heeft het hof als bijzondere voorwaarde gesteld dat de veroordeelde meewerkt aan de controles door de politie, waarbij die controles erop zijn gericht of de veroordeelde zich houdt aan een andere gedragsvoorwaarde, namelijk dat hij geen honden houdt of laat houden. Deze door het hof gestelde bijzondere voorwaarde is niet houdbaar, nu niet blijkt in welke vorm en met welke frequentie de politie uitvoering mag geven aan de controles waaraan de veroordeelde medewerking moet verlenen.
HR 03-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:842
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
23/02428
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:842, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:175, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑01‑2024
- Wetingang
(art. 14 Sr)
Essentie
Bijzondere voorwaarde in zaak over dierenmishandeling, art. 14c lid 2 Sr: in casu heeft het hof als bijzondere voorwaarde gesteld dat de veroordeelde meewerkt aan de controles door de politie, waarbij die controles erop zijn gericht of de veroordeelde zich houdt aan een andere gedragsvoorwaarde, namelijk dat hij geen honden houdt of laat houden. Deze door het hof gestelde bijzondere voorwaarde is niet houdbaar, nu niet blijkt in welke vorm en met welke frequentie de politie uitvoering mag geven aan de controles waaraan de veroordeelde medewerking moet verlenen.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.