Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/758
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Klacht dat het hof bij de uitleg van samenlevingsovereenkomst niet tot uitgangspunt heeft genomen dat partijen de bedoeling hebben gehad bij art. 1:157 BW aan te sluiten.
HR 30-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:1009
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 juni 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, F.R. Salomons
- Zaaknummer
22/01487
- Conclusie
A-G mr. E.B. Rank-Berenschot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Alimentatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1009, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:496, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑05‑2023
Essentie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Klacht dat het hof bij de uitleg van samenlevingsovereenkomst niet tot uitgangspunt heeft genomen dat partijen de bedoeling hebben gehad bij art. 1:157 BW aan te sluiten.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/01487
Datum 30 juni 2023
ARREST
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: J.C. Zevenberg,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: H.J.W. Alt.