NJ 2025/24
Geen rechtsmiddel tegen beslissing voorzitter om verdachte via videoconferentie te laten deelnemen aan zitting.
HR 03-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1771
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/03717
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS995191:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1771, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:765, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑02‑2024
- Wetingang
Essentie
Tegen een beslissing van de voorzitter tot afwijzing van een verzoek om de verdachte via een videoconferentie te laten deelnemen aan het onderzoek ter terechtzitting staat geen rechtsmiddel open.
Samenvatting
De beslissing van de voorzitter tot afwijzing van het door de verdediging gedane verzoek om verdachte via videoconferentie te laten deelnemen aan het onderzoek op de terechtzitting, is genomen in het kader van de orde op de terechtzitting. Nog daargelaten dat art. 131a lid 3 Sv geen rechtsmiddel openstelt tegen de beslissing of gebruik wordt gemaakt van videoconferentie, betreft zo’n beslissing van de voorzitter in het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.