Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/292
Het ‘vervaardigen’ van kinderporno a.b.i. art. 240 lid 1 (oud) Sr.
HR 11-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:172
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 februari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/04620
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:172, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1297, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑04‑2024
- Wetingang
Art. 240blid 1 (oud) Sr
Essentie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het ‘vervaardigen’ van kinderporno als bedoeld in art. 240lid 1 (oud) Sr. Daaraan doet niet af dat het slachtoffer — en niet de verdachte — de camera heeft bediend.
Samenvatting
Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van het tenlastegelegde met onder meer de klacht dat het enkele laten maken van een foto door een ander niet het ‘vervaardigen’ van een afbeelding als bedoeld in art. 240blid 1 (oud) Sr oplevert.
Het hof heeft in zijn bewijsvoering onder meer vastgesteld dat de verdachte volgens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.