V-N 2020/34.21
Bij herinvoer kan meer BPM worden geheven dan kort daarvoor bij export was teruggegeven
HR (A-G) 18-06-2020, ECLI:NL:PHR:2020:616, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
18 juni 2020
- Zaaknummer
19/04950
- Conclusie
A-G IJzerman
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS208133:1
- Vakgebied(en)
Belastingheffing van motorrijtuigen / Belasting van personenauto's en motorrijwielen
Fiscaal bestuursrecht / Aangifte
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:439, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑03‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑03‑2022
ECLI:NL:PHR:2020:616, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑06‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑06‑2020
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal IJzerman is van mening dat bij herregistratie binnen zes maanden na export de verschuldigde BPM moet worden berekend door het historische bruto BPM-tarief te verminderen aan de hand van de forfaitaire tabel.
Samenvatting
X vof voert in februari 2016 een Volkswagen Transporter Multivan 2.0 TSI in met een datum van eerste toelating uit 2012. De auto was in 2013 eerder ingevoerd en in september 2015 uitgevoerd. In de BPM-aangifte vermeldt X vof als historische BPM € 16.525, zijnde de door de inspecteur herrekende bruto-BPM bij de eerste invoer. Met een afschrijving van 65,75% resulteert dit in € 5660 als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.