NJB 2024/962
Rechtsmiddeltermijn en betekening van vonnis in persoon waardoor zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte toen bekend was: daarvan is in casu geen sprake nu in de akte van uitreiking slechts het parketnummer van het vonnis en de persoonsgegevens van de verdachte zijn vermeld, terwijl daaruit niet blijkt welk stuk aan de verdachte is uitgereikt en even min een ‘mededeling uitspraak’ aan die akte is gehecht.
HR 16-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:596
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 april 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/00990
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:596, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:113, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑02‑2024
- Wetingang
(art. 408 Sv)
Essentie
Rechtsmiddeltermijn en betekening van vonnis in persoon waardoor zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte toen bekend was: daarvan is in casu geen sprake nu in de akte van uitreiking slechts het parketnummer van het vonnis en de persoonsgegevens van de verdachte zijn vermeld, terwijl daaruit niet blijkt welk stuk aan de verdachte is uitgereikt en even min een ‘mededeling uitspraak’ aan die akte is gehecht.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is in eerste aanleg bij verstek veroordeeld wegens – kort gezegd – overtreding van art. 26 lid 1 WWM. Kort samengevat is voorts van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.