RAV 2024/82
Overheidsaansprakelijkheid. Moet de uitlevering van appellant aan de VS worden tegengehouden, in verband met een voltooide of dreigende schending van art. 3 EVRM?
Hof Den Haag 25-06-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1164
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
25 juni 2024
- Magistraten
Mrs. E.M. Dousma-Valk, M.A. Tan-de Sonnaville, A. Dupain
- Zaaknummer
200.338.279/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS984150:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Materieel strafrecht / Sancties
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2024:1164, Uitspraak, Hof Den Haag, 25‑06‑2024
- Wetingang
Art. 3 EVRM
Essentie
Overheidsaansprakelijkheid. Uitlevering. Foltering. Levenslange gevangenisstraf.
Moet de uitlevering van appellant aan de VS worden tegengehouden, in verband met een voltooide of dreigende schending van art. 3 EVRM?
Samenvatting
Appellant wordt in de Verenigde Staten verdacht van moord op zijn vrouw. De VS hebben Nederland om zijn uitlevering verzocht. Appellant stelt dat hij in een Afghaanse gevangenis is gemarteld door toedoen van de VS, dat hij in de VS het risico loopt op een levenslange gevangenisstraf zonder zicht op invrijheidstelling en dat de condities in de gevangenissen in de VS slecht zijn. Uitlevering zou daarmee onrechtmatig zijn, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.