NJB 2025/2689
Verjaring. Stuiting. Rechtsvordering tot nakoming. Andere rechtsvorderingen. Rechtsvordering tot ontbinding. Een cliënt meent dat zijn advocaat beroepsfouten heeft gemaakt. De cliënt stuurt stuitingsbrieven in 2013 en 2018 en vordert in 2020 in rechte schadevergoeding (nakoming van de schadevergoedingsverbintenis) en ontbinding (en in hoger beroep ook nakoming van de ongedaanmakingsverbintenis die door de ontbinding ontstaat). Hoge Raad: Uit HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4919 (VOF/Kringkoop) volgt niet dat de stuitingsregeling van art. 3:317 lid 1 BW voor de ontbindingsvordering prevaleert boven die van art. 3:317 lid 2 BW indien een rechtsvordering tot ontbinding wordt gecombineerd met een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis. De verjaring van een rechtsvordering tot ontbinding kan niet worden gestuit door alleen een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht voorbehoudt.
HR 14-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1685
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/00883
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1685, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:119, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑03‑2024
- Wetingang
(art. 3:311 lid 1, art. 3:316, 3:317 lid 1 en 2, art. 3:318 BW)
Essentie
Verjaring. Stuiting. Rechtsvordering tot nakoming. Andere rechtsvorderingen. Rechtsvordering tot ontbinding. Een cliënt meent dat zijn advocaat beroepsfouten heeft gemaakt. De cliënt stuurt stuitingsbrieven in 2013 en 2018 en vordert in 2020 in rechte schadevergoeding (nakoming van de schadevergoedingsverbintenis) en ontbinding (en in hoger beroep ook nakoming van de ongedaanmakingsverbintenis die door de ontbinding ontstaat). Hoge Raad: Uit HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4919 (VOF/Kringkoop) volgt niet dat de stuitingsregeling van art. 3:317 lid 1 BW voor de ontbindingsvordering prevaleert boven die van art. 3:317 lid 2 BW indien een rechtsvordering tot ontbinding ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.