Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.4.4
2.4.4 De precontractuele weigeringsplicht
I.P.M.J. Janssen, datum 01-03-2017
- Datum
01-03-2017
- Auteur
I.P.M.J. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS367903:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Dat de weigeringsplicht moet worden beschouwd als onderdeel van de MiFID-loyaliteitsverplichting blijkt uit het volgende. Uit de MvT blijkt dat artikel 19 lid 1 MiFID heeft geleid tot uitbreiding of wijziging van artikel 4:25 lid 1 Wft. Uit artikel 4:25 lid d 1 Wft volgt dat er bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels kunnen worden getroffen over de zorgvuldigheid. De weigeringsplicht is vervolgens een uitwerking van deze grondslag. Daarnaast blijkt uit de wetsgeschiedenis van artikel 86 Bgfo dat de weigeringsplicht een uitwerking is van de MiFID-loyaliteitsverplichting. Stb. 2006, 520, p. 250.
Zie ook Cherednychenko 2011, p. 247. Zij onderkent dat MiFID de verplichting tot weigering niet reguleert en dat lidstaten weigering zelf mogen reguleren.
In theorie is het mogelijk dat in een specifiek geval uit de MiFID-loyaliteitsverplichting nog een andersoortige weigeringsplicht volgt op grond van de open norm als vangnetbepaling. Zie paragraaf 4.3.4.2.
Artikel 51 Vrijstellingsregeling Wft.
Artikel 86 Bgfo.
Stb. 2006, 520, p. 250.
Stb, 2006, 520, p. 250.
In paragraaf 3.4.1 komen de effectenlease-arresten aan bod. Het is van belang dat in die zaken geen sprake is van beleggingsdienstverlening en het geen financiële instrumenten betreft. De Hoge Raad gaat in die zaken echter wel uitgebreid in op de civielrechtelijke zorgplicht, waardoor de uitspraken in het kader van dit onderzoek enige relevantie hebben.
In het civiele recht is de omvang van de categorie van de particuliere cliënt daarentegen erg beperkt. Aansluiting bij die afbakening zou te ongenuanceerd zijn, aangezien het toepassingsbereik van de weigeringsplicht dan te eng zou worden.
De vierde precontractuele deelverplichting is de weigeringsplicht. In tegenstelling tot de vorige deelverplichtingen is de weigeringsplicht een zuiver nationaalrechtelijke uitwerking van de MiFID-loyaliteitsverplichting.1 Op grond van de algemene norm moet de beleggingsdienstverlener zich bij het verlenen van beleggingsdiensten op loyale, billijke en professionele wijze inzetten voor de belangen van zijn cliënt. Zoals ik in paragraaf 2.2.2 al besprak, laat de MiFID-loyaliteitsverplichting beperkte ruimte voor andere deelverplichtingen dan die in MiFID zijn gereguleerd.2 Er wordt immers gesproken over beginselen die de beleggingsdienstverlener ‘met name’ in acht moet nemen. Lidstaten hebben nog enige ruimte. De Nederlandse wetgever heeft daarvan gebruik gemaakt met de weigeringsplicht.
De weigeringsplicht bestaat uit drie onderdelen, namelijk de saldibewakingsplicht, de marginplicht en de liquidatieplicht.3 Slechts de saldibewakingsplicht is een precontractuele verplichting. Deze verplichting is beperkt tot de niet-professionele cliënt.4 De saldibewakingsplicht houdt in dat de beleggingsdienstverlener geen transacties mag uitvoeren voor rekening van de niet-professionele cliënt wanneer de saldi aanwezig op naam van de cliënt ontoereikend zijn om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de transactie.5 Denk hierbij aan de saldi die een nietprofessionele cliënt bij het schrijven van put-opties moet aanhouden. Zo kunnen cliënten de onderliggende waarde opnemen op het moment dat de wederpartij de optie uitoefent.6 De toepassing van de saldibewakingsplicht is beperkt tot financiële producten waaruit directe verplichtingen kunnen voortvloeien. Krediet is uitgesloten van de saldibewakingsplicht. Deze beperking is ingesteld omdat de gevolgen van de saldibewakingsplicht verstrekkend zijn.7 Bij effectenlease hoeft de weigeringsplicht dus ook niet te worden toegepast.8 Het is begrijpelijk dat de weigeringsplicht beperkt is tot niet-professionele cliënten. Met de kennis, ervaring en deskundigheid van de professionele cliënt ligt het voor de hand dat hij de gevolgen van directe verplichtingen overziet. De nationale wetgever heeft de hoedanigheid van de cliënt op de juiste wijze meegewogen bij het bepalen van de reikwijdte van de verplichting. De drempel om als professionele cliënt te kwalificeren ligt onder MiFID zodanig hoog dat deze aanname gerechtvaardigd is.9
2.4.4.1 Wijzigingen MiFID II van de weigeringsplicht