Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/6.3.3.2:6.3.3.2 De betekenis van art. 435 Rv
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/6.3.3.2
6.3.3.2 De betekenis van art. 435 Rv
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS588748:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
275. Art. 435 lid 2 en 3 Rv geven een regeling voor het verhaal van vorderingen op goederen die aan een ander dan de schuldenaar toebehoren. Het artikel is de pendant van art. 708 Rv, voor executoriaal beslag.1 Het lezen van art. 435 Rv levert heel wat hoofdbrekens op. De schuldeiser (of diens advocaat) die art. 435 Rv raadpleegt om te zien welke route hij moet bewandelen om het verhaalsrecht jegens de derde/niet-schuldenaar te effectueren, kan wel eens bedrogen uitkomen. Het artikel geeft géén gedetailleerde beschrijving van de te volgen procedure voor het verhaal op het goed van een derde. Wat kan men wél uit het artikel afleiden?
276. Het onderscheid tussen lid 2 en lid 3 van art. 435 Rv zit in het antwoord op de vraag ten laste van wie het beslag wordt gelegd. Wordt het beslag ten laste van de schuldenaar gelegd, dan is het voorschrift van lid 3 van toepassing, wordt het beslag ten laste van de derde gelegd, dan is lid 2 van toepassing. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat men bij verhaal op goederen van derden aanvankelijk alleen aan het bepaalde in lid 2 heeft gedacht. Het beslag wordt dan gelegd ten laste van de derde en moet worden betekend aan de schuldenaar. De schuldenaar kan dan maatregelen nemen ter voorkoming van verdere executie. Hoewel het beslag in een lid 2-geval wordt gelegd ten laste van en op het goed van een derde, is het goed denkbaar dat de schuldenaar er in een later stadium toch hinder van ondervindt. Immers, op grond van art. 6:150 sub a BW wordt de derde gesubrogeerd in de vordering en zal deze vervolgens op de schuldenaar willen verhalen.
277. Pas in een later stadium van het wetgevingstraject dat leidde tot de aanpassing van Rv aan het nieuw BW werd lid 3 aan art. 435 Rv toegevoegd. Dat is geschied omdat de verschillende artikelen in Boek 3 BW die een verhaalsrecht op een goed van een derde mogelijk maken, kunnen meebrengen dat de schuldeiser niet weet dat het verhaalsobject niet van zijn schuldenaar is. Als hij dan beslag legt ten laste van zijn schuldenaar, moet de derde de gelegenheid hebben om zich tegen de beslaglegging te verweren.2 De regeling van lid 3 houdt in dat als het beslag ten laste van de schuldenaar wordt gelegd, het binnen acht dagen aan de derde wiens goederen worden beslagen moet worden betekend, of (als hij het recht van de derde niet kent) onverwijld nadat hij van het recht kennis heeft gekregen. Hij zal vermoedelijk van het recht van de derde op de hoogte komen doordat de schuldenaar hem daar op wijst. Indien de derde zich binnen acht dagen na de betekening schriftelijk bij de deurwaarder verzet tegen het verhaal op zijn goed, geldt het beslag jegens hem slechts als conservatoir en kan de executie jegens hem slechts plaatsvinden uit hoofde van een executoriale titel om de executie te dulden. Volgens de minister moet de derde namelijk de gelegenheid hebben de vordering waarvoor dat beslag werd gelegd dan wel de verhaalbaarheid ervan op het goed te betwisten.3 Verzet de derde – eenmaal door de betekening op de hoogte gesteld – zich niet tegen de voorgenomen executie, dan kan mijns inziens uit art. 435 lid 3 Rv worden afgeleid dat het beslag kan worden gelegd; dat geschiedt dan op de basis van de aanvankelijk alleen tegen de schuldenaar verkregen executoriale titel.
278. Al met al houdt art. 435 lid 2 en 3 Rv een zeer summiere regeling in. Het waarborgt dat de degene ten laste van wie het beslag op de zaak van een derde niet wordt gelegd, daar toch van op de hoogte kan komen door overbetekening van het beslag. Lid 3 van art. 435 Rv geeft daarnaast de derde, wier recht de beslaglegger aanvankelijk niet kende, een laagdrempelige manier om zich tegen het beslag te verzetten, door dit bij de deurwaarder te doen. Verzet de derde zich, dan heeft de schuldeiser een executoriale titel jegens de derde nodig waarin de derde wordt veroordeeld de executie te dulden.