RvdW 2025/300:Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. productie van amfetamine in loods in Lomm en in garage in Roermond, art. 10a lid 1 onder 3 jo. art. 10 lid 4 Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten medeplegen en omstandigheid in bijzondere bewijsoverweging (aantal kilometers op huurcontract van bus). HR: Om redenen vermeld in CAG leiden klachten van middel niet tot cassatie. CAG: Beide overwegingen over medeplegen (t.a.v. loods in Lomm en t.a.v. garage in Roermond) moeten in onderlinge samenhang worden bezien. Zo gelezen wordt duidelijk dat sprake is van samenwerkingsverband bestaande uit verdachte, A en B, dat betrokken is bij zowel voorhanden hebben van precursoren in Roermond als in Lomm, in welk verband verdachte inderdaad organiserende rol vervult. Dit blijkt dan niet alleen uit zijn betrokkenheid bij transport richting Lomm (zoals is te lezen in telefoontaps) maar ook uit verzoek aan B om precursoren bij hem thuis (of in zijn garage) tijdelijk op te slaan omdat hij zelf een probleem had. Het klopt dat in gebruikte bewijsmiddelen niet b.m. is te vinden waaruit blijkt dat op huurcontract een met 317 overeenkomend aantal kilometers staat. Tot cassatie hoeft deze omissie niet te leiden, alleen al omdat ttz. niet is betwist dat betreffende tapgesprekken tussen verdachte en A betrekking hadden op aantal door B met bestelbus gereden kilometers. Essentie van verweer was juist dat er anderszins geen bewijs was waarmee verdachte te relateren zou zijn aan hetgeen in loods in Lomm is aangetroffen. Dat hof dienaangaande in bijzondere bewijsoverweging dus op extra bewijsgrond wijst, is zo bezien overbodig. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2025/299 en RvdW 2025/301.