NJB 2025/763:Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel (contactverbod), art. 38v Sr: in casu is de door het hof opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel voor zover deze inhoudt dat de verdachte niet aanwezig zal zijn daar ‘waar [betrokkene] (...) woonachtig is’ in strijd met art. 38v lid 2, aanhef en onder a, Sr, omdat in zoverre niet een voldoende precieze omschrijving van het gebied waarbinnen de verdachte zich niet mag bevinden is geformuleerd. De Hoge Raad merkt nog op dat dat sinds 1 januari 2023 art. 6:6:23a1 Sv de mogelijkheid biedt om de inhoud van de vrijheidsbeperkende maatregel te wijzigen. Op grond van art. 6:6:1 lid 1 Sv kan de rechter hiertoe overgaan op vordering van de officier van justitie, op verzoek van de veroordeelde, of ambtshalve.