V-N 2022/15.14
Meer BPM bij herinvoer dan eerdere teruggaaf voor export terecht
HR 25-03-2022, ECLI:NL:HR:2022:439, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 maart 2022
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Feteris
- Zaaknummer
19/04950
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS639857:1
- Vakgebied(en)
Belastingheffing van motorrijtuigen / Belasting van personenauto's en motorrijwielen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:439, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑03‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑03‑2022
ECLI:NL:PHR:2020:616, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑06‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑06‑2020
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat uit de wetsgeschiedenis niet is af te leiden dat de BPM voor een hernieuwde tenaamstelling moet worden berekend aan de hand van de eerdere exportteruggaaf. De wijze waarop die teruggaaf wordt berekend, staat geheel los van de BPM-regels bij een inschrijving.
Samenvatting
X vof voert in februari 2016 een Volkswagen in met een datum van eerste toelating uit 2012. De auto was in 2013 eerder ingevoerd en in september 2015 weer uitgevoerd. In de BPM-aangifte wordt uitgegaan van de historische BPM van € 16.525, de door de inspecteur herrekende bruto-BPM bij de eerste invoer. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.