Rb. Gelderland, 19-04-2024, nr. 434416 FZ RK 24-910
ECLI:NL:RBGEL:2024:2341
- Instantie
Rechtbank Gelderland
- Datum
19-04-2024
- Zaaknummer
434416 FZ RK 24-910
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBGEL:2024:2341, Uitspraak, Rechtbank Gelderland, 19‑04‑2024; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking)
Uitspraak 19‑04‑2024
Inhoudsindicatie
Wvggz, waanstoornis bij niet aangeboren hersenletsel. Geen deskundigenonderzoek. Nader onderzoek kan plaatsvinden binnen het kader van de zorgmachtiging.
Partij(en)
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Zaakgegevens: C/05/434416 FZ RK 24-910
Datum mondelinge uitspraak: 17 april 2024
Beschikking machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Wvggz
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[naam betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende en verblijvende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. S.A.H. Kool te Doetinchem.
1. Procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 10 april 2024,
- de stukken van de zijde van betrokkene, ingekomen ter griffie op 10 april 2024,
- het bericht met bijlagen van mr. Kool van 16 april 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 april 2024, in de accommodatie van GGNet aan de Kruisbergseweg 29 te Doetinchem.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mevrouw [naam 1] , tante van betrokkene;
mevrouw [naam 2] , als sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en regiebehandelaar verbonden aan GGNet;
mevrouw [naam 3] , als verpleegkundige verbonden aan GGNet.
1.4.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig vindt, is de officier van justitie niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.
2. Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is voldoende gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een waanstoornis mogelijk voortkomend uit niet aangeboren hersenletsel. De advocaat heeft primair naar voren gebracht dat de waanstoornis niet vaststaat en dat daarom het verzoek moet worden afgewezen. De advocaat erkent dat betrokkene wellicht obsessief bezig is met wat in het verleden is gebeurd, maar dat is nog geen waan. Dit vindt volgens de advocaat steun in de overgelegde verklaring van de praktijkondersteuner. De rechtbank stelt vast dat de waanstoornis is vastgesteld door de onafhankelijke psychiater en de rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan deze diagnose, gelet ook op de nadere toelichting van de regiebehandelaar. De regiebehandelaar heeft toegelicht dat het (obsessieve) gedrag van betrokkene voortvloeit uit een waan die mogelijk te maken heeft met de op zich vaststaande stoornis van het niet aangeboren hersenletsel. De rechtbank is van oordeel dat daarnaast voldoende is toegelicht dat er sprake is van een waan. Betrokkene is dermate vasthoudend in haar zoektocht naar gerechtigheid dat haar leven daar geheel op is gericht, terwijl zij onder meer nijpende financiële problemen heeft waar zij niet aan toekomt.
2.2.
Naast (primair) afwijzing van het verzoek heeft de advocaat subsidiair verzocht het verzoek aan te houden ten behoeve van benoeming van een deskundige voor onderzoek naar de stoornis. De rechtbank wijst dat verzoek af omdat voldoende vaststaat dat er een stoornis is. Nader onderzoek naar de oorzaak en aard van de stoornis kan plaatsvinden binnen het kader van een zorgmachtiging.
2.3.
Het gedrag dat uit de stoornis voortvloeit, leidt tot het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig nadeel, gelegen in:
levensgevaar;
ernstige financiële schade;
maatschappelijke teloorgang;
het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Het bestaan of aanzienlijk risico op deze nadelen acht de rechtbank voldoende aangetoond. Betrokkene heeft zich suïcidaal geuit onder meer richting de hulpverlening als zij haar woning zou verliezen. Dat risico bestaat omdat betrokkene forse schulden heeft waardoor zij haar huur niet kan betalen en er een reële kans bestaat dat zij haar woning uit moet.
De woningbouwvereniging heeft haar een laatste kans gegeven. Verder is betrokkene obsessief bezig met gerechtigheid van het fietsongeluk dat haar in 2019 is overkomen zonder dat zij daarin valt bij te sturen. Gelet op hetgeen de advocaat naar voren heeft gebracht is geen sprake van zelfverwaarlozing en verstoorde ontwikkeling.
2.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. Betrokkene erkent op zich dat zij hulp nodig heeft.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Weliswaar heeft betrokkene verklaard bereid te zijn om vrijwillig in gesprek te gaan met de hulpverlening, maar de rechtbank is van oordeel dat haar bereidheid onvoldoende consistent is. De hulpverlening is al vier jaar op vrijwillige basis in beeld bij betrokkene en de samenwerking komt onvoldoende van de grond, zo heeft de regiebehandelaar toegelicht. Betrokkene maakt een terugtrekkende beweging zodra er concrete stappen worden voorgesteld waardoor er weinig verandert aan haar situatie. Om die reden is verplichte zorg nodig. De rechtbank is van oordeel dat de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg en de daarbij aangegeven duur noodzakelijk zijn, mede gelet op het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van zorg bestaan uit:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
het opnemen in een accommodatie;
alle voor de duur van zes maanden.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat naar voren gebracht dat met name opname zeer nadelig voor betrokkene is vanwege haar volle bestaan met werk, een eigen bedrijf en hechte vrienden. De rechtbank begrijpt dat betrokkene veel voldoening haalt uit haar werk en de regiebehandelaar heeft benoemd dat betrokkene het goed doet op haar werk. De rechtbank benadrukt daarom dat het uitgangspunt van de machtiging ambulante behandeling is en voor zover dat nodig zou zijn enkel een zo kort mogelijke opname. Betrokkene hecht terecht veel waarde aan de structuur van haar leven met werk, overige activiteiten en het netwerk om haar heen. De rechtbank begrijpt echter ook dat het voor een ambulante behandeling nodig is dat betrokkene de samenwerking met de behandelaren aangaat.
2.7.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging wordt verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 2.5. kunnen worden getroffen;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 17 oktober 2024;
3.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2024 door mr. M.E. Allegro, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier. | ||
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 april 2024. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. | ||