NJB 2026/143
Afstand van recht op rechtsbijstand nadat raadsman zich had onttrokken: de vaststellingen door het hof dat de oproeping voor de terechtzitting en voor eerdere terechtzittingen telkens naar hetzelfde buitenlandse BRP-adres is verzonden en dat de raadsman op een van die eerdere terechtzittingen heeft meegedeeld dat de betrokkene op de hoogte was van die terechtzitting, kunnen niet het oordeel van het hof dragen dat de betrokkene op de hoogte was van de laatste terechtzitting en dat hij er weet van had dat zijn raadsman zich heeft onttrokken. Het hierop voortbouwende oordeel van het hof dat de betrokkene rechtsgeldig afstand heeft gedaan van zijn recht op rechtsbijstand is daarom ontoereikend gemotiveerd. Dat oordeel kan ook niet worden gebaseerd op hetgeen het hof over de procesopstelling van de betrokkene heeft opgemerkt.
HR 06-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:15
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/03117
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:15, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:848, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
Afstand van recht op rechtsbijstand nadat raadsman zich had onttrokken: de vaststellingen door het hof dat de oproeping voor de terechtzitting en voor eerdere terechtzittingen telkens naar hetzelfde buitenlandse BRP-adres is verzonden en dat de raadsman op een van die eerdere terechtzittingen heeft meegedeeld dat de betrokkene op de hoogte was van die terechtzitting, kunnen niet het oordeel van het hof dragen dat de betrokkene op de hoogte was van de laatste terechtzitting en dat hij er weet van had dat zijn raadsman zich heeft onttrokken. Het hierop voortbouwende oordeel van het hof dat de betrokkene rechtsgeldig afstand heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.