Einde inhoudsopgave
Het legaliteitsbeginsel en de doorwerking van Europees recht (Meijers-reeks) 2016/5.2.2
5.2.2 De ‘open textuur’ van het recht: is semantische onduidelijkheid wel vermijdbaar?
J.G.H. Altena, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
J.G.H. Altena
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Baldinger 1980, p. 42.
Hart 1961, p. 124-129. In navolging daarvan onder meer Rozemond 2000; Rozemond 2011, p. 23-24; Nan 2011, p. 28.
Dit gebeurde in de gepubliceerde handelingen van de Aristotelian Society. Eerder had Waismann al het begrip Porosität der Begriffe gemunt in het Duits. Waismann 1945, p. 121-123.
Waismann gebruikt het voorbeeld van een kat die doodgaat en weer tot leven komt: is dat nog een kat? Waismann 1945, p. 121-122.
Loth 1984, p. 93.
Visser 2001, p. 45.
Zie in die zin ook Waldron 1994, p. 523; Schauer 2011. Voor een uitgebreide analyse van het verschil in betekenis van open texture bij Hart en Waismann zij verwezen naar Bix 1991 en Bix 2012, p. 149-152. In de juridische literatuur heeft open textuur nu vooral de ruime betekenis die Hart eraan gaf, zie bijvoorbeeld Claes 2003, p. 66-67.
Hart 1961, p. 127-128.
Hart heeft hiervoor het beroemde voorbeeld van het begrip vehicle in de regel ‘no vehicles in the park’ gegeven. Er bestaat geen twijfel dat auto’s, motoren en bussen onder het begrip vehicle vallen, maar daaromheen zweven twijfelgevallen als fietsen en vliegtuigen. Hart 1961, p. 126.
Hart 1961, p. 127-129. In vergelijkbare zin Rozemond 2011, p. 22-23; Popelier 2008, p. 50-51.
Bix 1991, p. 65-68.
In diezelfde geest Brouwer 2008a, p. 177-178.
In de vorige subparagraaf is Baldinger geciteerd, die aangeeft dat het trekken van precieze grenzen in de wet op basis van natuurlijke taal onmogelijk is.1 Taal kan nooit volledige zekerheid scheppen. Hart heeft betoogd dat de wet een onvermijdelijke open textuur heeft en daarom nooit geheel duidelijk kan zijn, en hij heeft voor die stelling brede steun gekregen in de rechtsgeleerdheid.2
De term open texture werd geïntroduceerd in het Engels door Waismann, maar had bij Waismann een veel beperktere betekenis.3 Hij gebruikte de term open texture voor de gevallen waarin er in potentie intensionele vaagheid zou kunnen bestaan: hij gebruikte de possibility of vagueness als synoniem van open texture. We kunnen ons altijd grensgevallen voorstellen die de criteria ter discussie stellen, zelfs al kan een dergelijk grensgeval zich nooit voordoen.4 De open textuur van begrippen in taalkundige zin zoals bedoeld door Waismann impliceert dat alle definities een voorlopig karakter hebben.5 Begrippen kunnen vaag worden, niet doordat de begrippen zelf inherent vaag zijn, maar doordat zij geconfronteerd worden met een veranderde werkelijkheid. De semantische relatie tussen een begrip en de werkelijkheid is dus niet statisch, omdat de werkelijkheid veranderlijk is. Zolang die possibility of vagueness zich niet realiseert, is die open textuur echter van weinig relevantie.6
Het begrip open texture heeft bij Hart een andere, vooral ruimere betekenis gekregen.7 Het heeft zowel betrekking op begrippen uit de wet als op rechtsregels zelf.8 Bovendien gaat het Hart niet alleen om een mogelijke onbepaaldheid: de relatief duidelijke kern van begrippen wordt altijd omringd door een penumbra of doubt.9 Voor die open textuur wijst Hart twee oorzaken aan. De eerste oorzaak van de open textuur van de wet is de relatieve onwetendheid van de wetgever ten aanzien van de feiten. De tweede oorzaak van de open textuur is de relatieve onbepaaldheid van menselijke doelen: de wetgever kan niet alle mogelijke situaties die zich in de toekomst zullen voordoen voorspellen en zich er daarom niet vooraf een mening over vormen.10 Samengevat gaat het Hart niet om het formuleren van een taalkundige theorie, maar om het gegeven dat onbepaaldheid van de taal rechters een zekere vrijheid geeft en het recht een zekere flexibiliteit.11 De implicaties van open texture in de ruimere betekenis die Hart eraan geeft, zijn veel groter: Hart leidt daaruit af dat begrippen en rechtsregels altijd met een zekere vaagheid zijn omgeven.
Met Waismann en Hart kan worden vastgesteld dat taal, en daarmee ook het recht, een open textuur heeft, in die zin dat een veranderde werkelijkheid of onvoorzien geval een bepaling onduidelijk kan maken. Dat neemt niet weg dat het mogelijk is om – met de huidige kennis van de huidige werkelijkheid – een intensionele definitie te geven die voor nu de extensie van het begrip afbakent. Ik meen dus dat uit de open textuur van de wet niet volgt dat begrippen altijd vaag zijn, zoals Hart stelt. Het afbakenen van begrippen uit de wet is een kunstmatige operatie, in die zin dat deze scherpe afbakeningen soms contra-intuïtief zijn en niet volledig samenvallen met het gewone spraakgebruik. Dat is echter onderdeel van het proces van transformatie van gewone taal in juridische taal.
Dit leidt voor dit boek tot het uitgangspunt dat het in ieder geval zinvol is om te streven naar het wegnemen van semantische onduidelijkheid, ondanks de wetenschap dat een heldere afbakening altijd de potentie heeft onduidelijk te worden in de confrontatie met een veranderde of onvoorziene werkelijkheid.12