BNB 1999/389
Inbreng. Achterwege blijven van verdeling van de nalatenschap
HR 03-02-1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2828
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 1999
- Magistraten
Stoffer; Zuurmond; Fleers
- Zaaknummer
34 111
- LJN
AA2828
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AA2828, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑1999
- Wetingang
Art. 1 Successiewet 1956; art. 1132 BW
Essentie
Inbreng. Achterwege blijven van verdeling van de nalatenschap
Samenvatting
Belanghebbende is door een beroep op haar legitieme portie gerechtigd tot een derde deel van de nalatenschap. Haar broer is gerechtigd tot het tweederde gedeelte. De broer moet op de voet van art. 1132 BW schenkingen inbrengen. Tussen de erfgenamen bestaat onenigheid. Verdeling van de nalatenschap heeft nog niet plaatsgevonden en belanghebbende heeft feitelijk nog niets ontvangen.
Hof: Bij de berekening van de verkrijging van belanghebbende moet rekening worden gehouden met de verplichting van de broer tot inbreng. Die verplichting ontstaat immers reeds door en bij het overlijden. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.