Einde inhoudsopgave
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)
Artikel 102 Invordering door verrekening
Geldend
Geldend vanaf 29-09-2024
- Bronpublicatie:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Inwerkingtreding
29-09-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
EU-recht / Financiering
1.
Wanneer de debiteur een als in artikel 98, lid 3, punt a), bedoelde vaststaande, liquide en opeisbare vordering heeft op de Unie of op een uitvoerend agentschap dat de begroting uitvoert, die betrekking heeft op een door een betalingsopdracht vastgesteld bedrag, gaat de rekenplichtige na het verstrijken van de in artikel 98, lid 4, eerste alinea, punt b), bedoelde termijn over tot de invordering van de vastgestelde schuldvorderingen door verrekening.
In uitzonderlijke omstandigheden kan de rekenplichtige echter vóór het verstrijken van de in artikel 98, lid 4, eerste alinea, punt b), bedoelde termijn overgaan tot invordering door verrekening, indien dit ter bescherming van de financiële belangen van de Unie nodig is en hij gerechtvaardigde redenen heeft om aan te nemen dat het aan de Unie verschuldigde bedrag anders verloren zou gaan.
De rekenplichtige kan ook overgaan tot invordering door verrekening vóór het verstrijken van de in artikel 98, lid 4, eerste alinea, punt b), bedoelde termijn wanneer de debiteur daarmee instemt.
2.
Voordat hij overeenkomstig lid 1 van dit artikel tot invordering overgaat, raadpleegt de rekenplichtige de bevoegde ordonnateur en stelt hij de betrokken debiteuren hiervan in kennis, met inbegrip van de corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 134.
Wanneer de debiteur een nationale autoriteit of een van haar administratieve entiteiten is, stelt de rekenplichtige de betrokken lidstaat ten minste tien werkdagen van tevoren in kennis van zijn of haar voornemen om tot invordering door verrekening over te gaan. In overleg met de betrokken lidstaat of administratieve entiteit mag de rekenplichtige echter vóór het verstrijken van die termijn tot invordering door verrekening overgaan.
3.
De in lid 1 bedoelde verrekening heeft dezelfde gevolgen als een betaling en geldt voor de Unie als kwijting voor het bedrag van de schuld en, in voorkomend geval, de verschuldigde rente.
4.
Het inleiden van een insolventieprocedure doet geen afbreuk aan het in lid 1 bedoelde recht van de rekenplichtige om over te gaan tot invordering door verrekening.