Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2016/794 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol)
Artikel 7 Nationale Europol-eenheden
Geldend
Geldend vanaf 11-01-2026
- Bronpublicatie:
16-12-2025, PbEU L 2025, 2025/2611 (uitgifte: 22-12-2025, regelingnummer: 2025/2611)
- Inwerkingtreding
11-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-12-2025, PbEU L 2025, 2025/2611 (uitgifte: 22-12-2025, regelingnummer: 2025/2611)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Instituties
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Openbare orde en veiligheid / Terrorismebestrijding
Internationaal strafrecht / Justitiële en politionele samenwerking
1.
De lidstaten en Europol werken samen bij het uitvoeren van hun in deze verordening genoemde respectieve taken.
2.
Door elke lidstaat wordt een nationale eenheid opgericht of aangewezen, die het contact verzorgt tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van die lidstaat. Elke lidstaat benoemt een functionaris tot hoofd van zijn nationale eenheid.
3.
Elke lidstaat zorgt ervoor dat zijn nationale eenheid naar nationaal recht bevoegd is voor het uitvoeren van de bij deze verordening aan nationale eenheden toegewezen taken, en in het bijzonder dat zij toegang heeft tot de gegevens op het gebied van nationale wetshandhaving en andere voor de samenwerking met Europol vereiste dienstige gegevens.
4.
Elke lidstaat bepaalt de organisatie en de personeelsformatie van zijn nationale eenheid overeenkomstig het nationale recht.
5.
In overeenstemming met lid 2 is de nationale eenheid het contactorgaan tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. De lidstaten mogen evenwel op eigen voorwaarden, onder meer de voorwaarde dat de nationale eenheid er vooraf bij wordt betrokken, rechtstreekse contacten tussen hun bevoegde autoriteiten en Europol toestaan. Tegelijkertijd ontvangt de nationale eenheid van Europol alle informatie die tijdens het rechtstreeks contact tussen Europol en de bevoegde autoriteiten wordt uitgewisseld, tenzij zij aangeeft dat zij deze informatie niet wenst te ontvangen.
6.
Via de nationale eenheid of, overeenkomstig lid 5, via een bevoegde autoriteit, wordt door elke lidstaat met name:
- a)
Europol voorzien van de informatie die Europol nodig heeft voor de vervulling van zijn doelstellingen, zoals informatie die betrekking heeft op vormen van criminaliteit waarvan de voorkoming of bestrijding door de Unie als prioriteit wordt beschouwd, zoals migrantensmokkel en mensenhandel;
- b)
zorg gedragen voor effectieve communicatie en samenwerking tussen Europol en alle betrokken bevoegde autoriteiten;
- c)
bekendheid gegeven aan de activiteiten van Europol;
- d)
in overeenstemming met artikel 38, lid 5, onder a), toegezien op de naleving van het nationale recht bij het verstrekken van informatie aan Europol.
6 bis.
Elke lidstaat die een operationele taskforce opzet, eraan deelneemt of deze ondersteunt, verstrekt met behulp van Siena onverwijld alle relevante informatie aan Europol en aan de andere lidstaten die die operationele taskforce opzetten, eraan deelnemen of deze ondersteunen en maakt, in voorkomend geval, informatie rechtstreeks toegankelijk overeenkomstig artikel 20, lid 2 bis, met inbegrip van informatie over parallelle financiële onderzoeken om criminele vermogensbestanddelen te identificeren en in beslag te nemen.
6 ter.
Elke lidstaat die door Europol ondersteunde operationele acties van Empact opzet of eraan deelneemt, maakt waar mogelijk gebruik van Siena om Europol en de andere lidstaten onverwijld alle relevante informatie te verstrekken.
6 quater.
Elke lidstaat op wiens grondgebied een inzet van Europol voor operationele ondersteuning plaatsvindt, verstrekt Europol onverwijld alle relevante informatie, met behulp van Siena en — waar dit mogelijk is en in overeenstemming is met zijn nationale recht — door informatie in nationale databanken toegankelijk te maken voor het Europol-personeel en de gedetacheerde nationale deskundigen die op zijn grondgebied worden ingezet.
7.
Onverminderd de uitoefening van de verantwoordelijkheden van de lidstaten op het gebied van rechts- en ordehandhaving en bescherming van de interne veiligheid, is een lidstaat in geen enkel geval verplicht informatie te verstrekken overeenkomstig lid 6, punt a), lid 6 bis, lid 6 ter of lid 6 quater indien daardoor:
- a)
de wezenlijke veiligheidsbelangen van de betrokken lidstaat in het gedrang komen;
- b)
het welslagen van een lopend onderzoek of de veiligheid van een natuurlijk persoon in gevaar wordt gebracht; of
- c)
informatie wordt bekendgemaakt die betrekking heeft op organisaties of specifieke inlichtingenactiviteiten op het gebied van de nationale veiligheid.
De informatie moet echter door de betrokken lidstaat worden verstrekt zodra zij niet meer onder de punten a), b) of c) van de eerste alinea valt.
7 bis.
Elke lidstaat brengt zijn immigratieverbindingsfunctionarissen die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten zijn aangewezen, in verbinding met Siena om relevante informatie rechtstreeks of via nationale bevoegde autoriteiten aan Europol te verstrekken overeenkomstig lid 5 en lid 6, punt a). Indien het om juridische, organisatorische of technische redenen niet mogelijk is een immigratieverbindingsfunctionaris in verbinding te brengen met Siena, verstrekt die immigratieverbindingsfunctionaris de relevante informatie via andere beveiligde kanalen aan een nationale bevoegde autoriteit. Die bevoegde autoriteit verstrekt de informatie overeenkomstig lid 5 en lid 6, punt a), aan Europol.
7 ter.
Immigratieverbindingsfunctionarissen die niet zijn aangewezen door bevoegde autoriteiten van de lidstaten verstrekken de relevante informatie via beveiligde kanalen aan een dergelijke nationale bevoegde autoriteit. Na beoordeling van de informatie overeenkomstig lid 5 en lid 6, punt a), verstrekt die bevoegde autoriteit ze aan Europol.
8.
Elke lidstaat zorgt ervoor dat zijn FIE, binnen de grenzen van haar mandaat en bevoegdheid en met inachtneming van de nationale procedurele waarborgen, gerechtigd is te antwoorden op behoorlijk gemotiveerde verzoeken die door Europol zijn ingediend overeenkomstig artikel 12 van Richtlijn (EU) 2019/1153 met betrekking tot financiële informatie en financiële analyses, hetzij via zijn nationale eenheid, hetzij, indien die lidstaat dat toelaat, door rechtstreeks contact tussen de FIE en Europol.
9.
De hoofden van de nationale eenheden komen regelmatig bijeen, met name om problemen in het kader van hun operationele samenwerking met Europol te bespreken en op te lossen.
10.
De kosten die de nationale eenheden maken voor de communicatie met Europol komen ten laste van de lidstaten en worden, met uitzondering van de verbindingskosten, niet aan Europol doorberekend.
11.
Europol stelt, op basis van de door de raad van bestuur opgestelde kwantitatieve en kwalitatieve evaluatiecriteria, een jaarverslag op over de informatie die door iedere lidstaat is verstrekt op grond van lid 6, onder a). Het jaarverslag wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.