Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2016/1011 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten
Artikel 32 Erkenning van een in een derde land gevestigde beheerder
Geldend
Geldend vanaf 08-06-2025
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-01-2026.
- Bronpublicatie:
07-05-2025, PbEU L 2025, 2025/914 (uitgifte: 19-05-2025, regelingnummer: 2025/914)
- Inwerkingtreding
08-06-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-05-2025, PbEU L 2025, 2025/914 (uitgifte: 19-05-2025, regelingnummer: 2025/914)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Vervallen
2.
Een in een derde land gevestigde beheerder van een significante benchmark, van een op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmark, van een EU-klimaattransitiebenchmark of van die onder bijlage II valt die voornemens is erkenning te verkrijgen, moet voldoen aan deze verordening, met uitzondering van artikel 11, lid 4, en de artikelen 16, 20, 21 en 23. De beheerder kan aan die voorwaarde voldoen door, naargelang het geval, de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of de IOSCO-beginselen voor PRA’s toe te passen, op voorwaarde dat die toepassing gelijkwaardig is met de naleving van deze verordening, met uitzondering van artikel 11, lid 4, en de artikelen 16, 20, 21 en 23.
Bij het bepalen of de in de eerste alinea bedoelde voorwaarde is vervuld en het beoordelen of is voldaan aan de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of de IOSCO-beginselen voor PRA’s, naargelang het geval, kan ESMA rekening houden met:
- a)
een beoordeling van de beheerder door een onafhankelijke externe auditor;
- b)
een certificering die is verstrekt door de bevoegde autoriteit van de beheerder in het derde land waar de beheerder is gevestigd.
Indien en voor zover een in een derde land gevestigde beheerder in staat is aan te tonen dat een door hem aangeboden benchmark een benchmark op basis van gereguleerde gegevens of een grondstoffenbenchmark die onder bijlage II valt, is de beheerder niet verplicht de voorwaarden in acht te nemen die op grond van artikelen 17 en 19 niet van toepassing zijn op het aanbieden van benchmarks op basis van gereguleerde gegevens en van grondstoffenbenchmarks die onder bijlage II vallen.
3.
Een in een derde land gevestigde beheerder die voornemens is erkenning te verkrijgen, heeft een wettelijke vertegenwoordiger. De wettelijke vertegenwoordiger is een in de Unie gevestigde rechtspersoon en is uitdrukkelijk door die beheerder aangewezen om namens die beheerder te handelen ten aanzien van de verplichtingen van de beheerder uit hoofde van deze verordening. De wettelijke vertegenwoordiger vervult, samen met de beheerder, de toezichtfunctie met betrekking tot het aanbieden van benchmarks door de beheerder uit hoofde van deze verordening en is verantwoording verschuldigd aan ESMA. ESMA kan, naargelang het geval, overeenkomstig artikel 48 sexies een toezichthoudende maatregel, of overeenkomstig artikel 48 septies een geldboete, opleggen aan de beheerder of de wettelijke vertegenwoordiger voor een in artikel 42, lid 1, punt a), genoemde inbreuk of in verband met het verzuim om mee te werken aan een onderzoek of een inspectie of gehoor te geven aan een verzoek, zoals bedoeld in hoofdstuk 4, afdeling 1.
4.
Vervallen.
5.
Een in een derde land gevestigde beheerder die voornemens is erkenning te verkrijgen zoals bedoeld in lid 2, dient een aanvraag tot erkenning in bij ESMA. De beheerder die een aanvraag indient, verschaft alle informatie die noodzakelijk is om ten genoegen van ESMA aan te tonen dat hij, op het tijdstip van erkenning, alle noodzakelijke regelingen had opgezet om te voldoen aan de voorwaarden van lid 2 ten aanzien van al zijn benchmarks die op grond van artikel 24 als significant worden aangemerkt, die op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks of EU-klimaattransitiebenchmarks zijn, of die grondstoffenbenchmarks zijn die onder bijlage II vallen. Indien van toepassing vermeldt de beheerder die een aanvraag indient, de bevoegde autoriteit in het derde land die met het toezicht op deze beheerder is belast.
Binnen 15 werkdagen na ontvangst van de aanvraag beoordeelt ESMA of de aanvraag volledig is en stelt zij de aanvrager dienovereenkomstig in kennis. Indien de aanvraag onvolledig is, verzoekt ESMA de aanvrager de ontbrekende informatie in te dienen. Nadat de aanvrager de gevraagde informatie heeft ingediend, herbeoordeelt ESMA binnen 15 werkdagen na ontvangst van de aanvullende informatie of de aanvraag volledig is en stelt zij de aanvrager dienovereenkomstig in kennis.
Binnen 90 werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag controleert ESMA of aan de voorwaarden van de leden 2 en 3 is voldaan.
Wanneer de ESMA van mening is dat niet is voldaan aan de in de leden 2 en 3 gestelde voorwaarden, wijst zij de erkenningsaanvraag af en geeft zij de redenen voor die afwijzing. Bovendien wordt geen erkenning verleend tenzij aan de volgende aanvullende voorwaarden is voldaan:
- a)
wanneer een in een derde land gevestigde beheerder aan toezicht is onderworpen, bestaat er een passende samenwerkingsregeling tussen de ESMA en de bevoegde autoriteit van het derde land waar de beheerder is gevestigd, die voldoet aan de op grond van artikel 30, lid 5, vastgestelde technische reguleringsnormen, om een efficiënte informatie-uitwisseling te waarborgen zodat de bevoegde autoriteit van dat derde land haar taken overeenkomstig deze verordening kan uitoefenen;
- b)
de daadwerkelijke uitoefening door de ESMA van haar toezichtsfuncties op grond van deze verordening wordt niet verhinderd door de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het derde land waar de beheerder is gevestigd, noch, in voorkomend geval, door beperkingen van de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden van de bevoegde autoriteit van dat derde land.
6.
Vervallen.
7.
Vervallen.
8.
De ESMA schort de overeenkomstig lid 5 verleende erkenning op of trekt deze, in voorkomend geval, in wanneer zij gegronde redenen heeft om, op basis van gedocumenteerd bewijs, aan te nemen dat de beheerder:
- a)
handelt op een wijze die duidelijk afbreuk doet aan de belangen van de gebruikers van zijn benchmarks of de ordelijke werking van markten;
- b)
ernstig inbreuk heeft gemaakt op de desbetreffende voorschriften van deze verordening;
- c)
valse verklaringen heeft afgelegd of andere onregelmatige middelen heeft gebruikt om de erkenning te verkrijgen.
9.
ESMA kan ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen om de vorm en de inhoud van de in lid 5 bedoelde aanvraag en, met name, de presentatie van de in lid 6 vereiste informatie vast te stellen.
Indien dergelijke ontwerpen van technische reguleringsnormen worden ontwikkeld, legt ESMA die voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen in overeenstemming met de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure.