Einde inhoudsopgave
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)
Artikel 143 Afwijzing in een toekenningsprocedure
Geldend
Geldend vanaf 29-09-2024
- Bronpublicatie:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Inwerkingtreding
29-09-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
EU-recht / Financiering
1.
De bevoegde ordonnateur wijst een deelnemer bij een toekenningsprocedure af indien deze:
- a)
in een uitsluitingssituatie verkeert die overeenkomstig artikel 138 is vastgesteld;
- b)
valse verklaringen heeft afgelegd in de informatie die wordt verlangd als voorwaarde voor deelname aan de procedure of die informatie niet heeft verstrekt;
- c)
voorheen betrokken was bij het opstellen van in de toekenningsprocedure gebruikte documenten, indien zulks een schending van het beginsel van gelijke behandeling inhoudt, met inbegrip van vervalsing van de mededinging die niet op een andere wijze kan worden verholpen;
- d)
conflicterende belangen op beroepsvlak heeft die negatief kunnen uitwerken op de uitvoering van de overeenkomst overeenkomstig punt 20.6 van bijlage I;
- e)
de adressaat is van een door de Commissie overeenkomstig lid 3 van dit artikel vastgesteld besluit waarbij de gunning van de overeenkomst wordt verboden wegens het ontvangen van buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren.
De bevoegde ordonnateur stelt de overige deelnemers aan de toekenningsprocedure de relevante informatie ter beschikking die is uitgewisseld in het kader van of ten gevolge van de betrokkenheid van de deelnemer bij de voorbereiding van de toekenningsprocedure zoals bedoeld in de eerste alinea, punt c). Voorafgaand aan een dergelijke afwijzing krijgt de deelnemer de kans te bewijzen dat zijn betrokkenheid bij de voorbereiding van de toekenningsprocedure niet in strijd is met het beginsel van gelijke behandeling.
2.
Artikel 134, lid 1, is van toepassing, tenzij de afwijzing overeenkomstig lid 1, eerste alinea, punt a), van dit artikel werd gerechtvaardigd door een besluit tot uitsluiting ten aanzien van de deelnemer, na analyse van diens opmerkingen.
3.
Voor de toepassing van de lid 1, punt e), van dit artikel is Verordening (EU) 2022/2560, en met name de bepalingen van de hoofdstukken 1, 2 en 4, met inbegrip van artikel 30, van overeenkomstige toepassing op de voorlopige evaluatie door de Commissie en op het diepgaande onderzoek van buitenlandse financiële bijdragen die in het kader van een aanbestedingsprocedure uit hoofde van deze verordening zijn verkregen. Met het oog op de voorafgaande kennisgeving aan de aanbestedende dienst stellen deelnemers aan een aanbestedingsprocedure uit hoofde van deze verordening de bevoegde ordonnateur in kennis van buitenlandse financiële bijdragen, onder dezelfde voorwaarden als die welke zijn vastgesteld in de artikelen 28 en 29 van Verordening (EU) 2022/2560 en in de bepalingen van de op grond van artikel 47, lid 1, van die verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen. Bovendien zijn desbetreffende op grond van artikel 49 van Verordening (EU) 2022/2560 vastgestelde gedelegeerde handelingen ook van toepassing op aanbestedingsprocedures uit hoofde van deze verordening. De desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) 2022/2560, alsook die van de op grond van artikel 49 van die verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen en van de op grond van artikel 47, lid 1, van die verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen, worden uitgevoerd overeenkomstig deze verordening.
In het kader van de eerste alinea van dit lid is de Commissie bevoegd uitvoeringshandelingen in de vorm van een besluit vast te stellen om:
- a)
in het kader van deze verordening de door een deelnemer aangeboden verbintenissen bindend te maken voor die deelnemer in de zin van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2022/2560;
- b)
in het kader van deze verordening geen bezwaar aan te tekenen in de zin van artikel 11, lid 4, van Verordening (EU) 2022/2560;
- c)
in het kader van deze verordening de gunning van de overeenkomst aan een deelnemer te verbieden wegens het ontvangen van buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren in de zin van artikel 31, lid 2, van Verordening (EU) 2022/2560.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 276, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.
Voor de toepassing van de krachtens dit lid te nemen maatregelen worden, wanneer in Verordening (EU) 2022/2560 wordt verwezen naar aanbestedingsprocedures in de zin van de Richtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad (1), onder ‘aanbestedingsprocedures’ aanbestedingsprocedures in de zin van deze verordening verstaan.
Na het verbodsbesluit zoals bedoeld in de tweede alinea, punt c), geeft de bevoegde ordonnateur kennis van de afwijzing in een toekenningsprocedure door middel van een brief aan de betrokken deelnemer.
Voetnoten
Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).