Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/289
Doodslag in het verkeer. Voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer.
HR 11-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:141
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 februari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/00958
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:141, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1285, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑03‑2024
- Wetingang
Essentie
Doodslag in het verkeer. Voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer bewust heeft aanvaard.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit HR 25 maart 2003, NJ 2003/552, m.nt. Y. Buruma en HR 29 mei 2018, NJ 2019/103, m.nt. H.D. Wolswijk, met betrekking tot het voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg.
Het hof heeft overwogen dat uit art. 7 lid 1 WVW 1994 een ‘specifieke zorgplicht’ ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.